Van heilige aanwezigheid naar innerlijke ervaring

Franciscus van Assisi in de Italiaanse schilderkunst

De links verwijzen naar de betreffende kunstwerken op deze website.

Bartolo di Fredi en/of Taddeo di Bartolo (toegeschreven), een episode uit de Legenda van Sint Franciscus, San Francesco, Lucignano (14e eeuw)

Giovanni di Nicolino, Saint Francis, Saint Bernardino of Siena and Saint Anthony of Padua (1420-1427), Diocesan Museum Cortona

Bartolomeo della Gatta, Stimmate di San Francesco (ca. 1480), Pinacoteca van Sant’Angelo, Castiglion Fiorentino

Giorgio Vasari, San Francesco riceve le stimmate (1548), Tempio Malatestiano in Rimini

Inleiding

Wie door de kerken en musea van Umbrië, Toscane en De Marken reist, komt Franciscus van Assisi steeds opnieuw tegen. Soms staat hij tussen andere heiligen, herkenbaar aan zijn bruine habijt en de stigmata. Soms knielt hij voor het kruis, ontvangt hij de stigmata of verschijnt hij in extase. Op andere momenten is hij niet meer dan een figuur aan de rand van een groter religieus verhaal. Toch vertellen al deze voorstellingen samen iets over een belangrijke ontwikkeling in de Italiaanse schilderkunst: de manier waarop kunstenaars het heilige zichtbaar probeerden te maken veranderde. Die verandering begon niet met een nieuwe schilderstijl. Franciscus was immers geen kunstenaar en schreef geen theorie over de beeldende kunst. Zijn betekenis ligt op een ander niveau. Met de franciscaanse spiritualiteit ontstond vanaf de dertiende eeuw een sterke nadruk op de navolging van Christus, op armoede en lichamelijkheid, op het lijden en de menswording van Christus en op de directe religieuze ervaring. Het geloof werd niet alleen beschouwd als een waarheid die men moest kennen, maar als een werkelijkheid die men kon beleven. Oook veranderde de betekenis die religieuze beelden konden krijgen. Het heilige hoefde niet uitsluitend als verheven en onaantastbare werkelijkheid te worden voorgesteld. Het kon zich laten herkennen in het menselijke lichaam, in emoties, in gebeurtenissen en in de concrete wereld waarin de gelovige zelf leefde.

Van verheven heilige naar menselijke aanwezigheid

In de middeleeuwse beeldtraditie werden Christus, Maria en de heiligen vaak voorgesteld als verheven figuren. Hun waardigheid en bovennatuurlijke status stonden voorop. De afbeelding bood de gelovige een ontmoeting met het heilige, maar de afstand tussen de aardse en de hemelse werkelijkheid bleef duidelijk voelbaar. De franciscaanse spiritualiteit bracht een accentverschuiving. Franciscus wilde Christus niet alleen vereren, maar Hem navolgen. Vooral de menswording van Christus kreeg voor hem een bijzondere betekenis. God had zich immers zichtbaar en lichamelijk in de wereld geopenbaard. Het lichaam van Christus, zijn geboorte, zijn lijden en zijn kruisdood werden niet alleen theologische begrippen, maar gebeurtenissen die men zich daadwerkelijk kon voorstellen en innerlijk kon beleven. Dat verklaart mede waarom het leven van Franciscus zelf zo'n belangrijk onderwerp voor de beeldende kunst werd. Zijn leven kon worden voorgesteld als een spiegel van het leven van Christus. Zijn armoede, zijn gebed, zijn liefde voor de schepping en uiteindelijk zijn stigmatisering maakten hem tot een navolger die de gelovige kon zien en navolgen.

Een vroeg voorbeeld van deze ontwikkeling is te vinden in de fresco's in de Cappella del Salvatore van Sant'Andrea in Spello. De anonieme kunstenaars uit Foligno plaatsten Franciscus tussen andere heiligen als Catharina van Alexandrië, Johannes de Doper en Andreas. Op de achterwand bevinden zich de Pietà en de Annunciatie, daarboven Christus in het eindoordeel en de Kruisiging. Franciscus verschijnt hier dus binnen een groter christologisch programma. Zijn betekenis ligt niet alleen in zijn eigen persoon: hij staat als heilige naast de gebeurtenissen uit het leven en het lijden van Christus. Die samenhang is belangrijk. Franciscus wordt begrijpelijk vanuit Christus. Zijn leven is een voorbeeld van de mogelijkheid om Christus in het eigen bestaan na te volgen.

Het heilige wordt een verhaal

In de veertiende en vijftiende eeuw wordt het leven van Christus en de heiligen steeds nadrukkelijker in beeld gebracht als een reeks gebeurtenissen. De religieuze voorstelling wordt verhalende. De gelovige ziet niet alleen wie de heilige is, maar ook wat hem is overkomen.

Dat zien we bijvoorbeeld in de Basilica di San Francesco in Arezzo, waar in de Gozzari-kapel een reeks scènes is opgenomen die verschillende gebeurtenissen uit het christelijke en franciscaanse verhaal samenbrengt. De fresco's van Spinello Aretino en Andrea di Nerio omvatten onder meer de Annunciatie, de doop van Christus, het mystieke huwelijk van Catharina, de aartsengel Michaël en de voorstelling van Franciscus die de stigmata ontvangt. De doop markeert het begin van Christus' openbare leven, terwijl Franciscus wordt voorgesteld als degene die zijn voorbeeld navolgt. Hier wordt een belangrijk verschil zichtbaar met de meer statische heiligenvoorstelling. De heilige wordt onderdeel van een geschiedenis. De kijker kan de gebeurtenissen volgen en zich er geestelijk mee verbinden.

Ook de fresco's in de kerk San Francesco in Lucignano, toegeschreven aan Bartolo di Fredi en/of Taddeo di Bartolo, sluiten bij deze ontwikkeling aan. Een episode uit de Legenda van Sint Franciscus wordt er naast andere religieuze onderwerpen voorgesteld. Franciscus verschijnt niet alleen als een vereerde heilige, maar als hoofdpersoon van een verhaal. De afbeelding krijgt een andere werking. Zij vertelt, maar nodigt tegelijkertijd uit tot identificatie. De gelovige kan zich voorstellen wat Franciscus zag, deed, voelde en onderging.

Assisi als voorbeeld van een nieuwe beeldwereld

Deze ontwikkeling krijgt een beslissende impuls in Assisi, waar de Basilica di San Francesco uitgroeit tot een belangrijk centrum van franciscaanse beeldcultuur. Vooral de aan Giotto en zijn werkplaats toegeschreven fresco's in de bovenkerk, met hun cyclus van het leven van Franciscus, zijn van betekenis. Franciscus wordt hier niet alleen als heilige voorgesteld, maar als een mens die handelt, spreekt, bidt, lijdt en Christus navolgt. De kracht van deze voorstellingen ligt in de manier waarop het religieuze verhaal menselijk voorstelbaar wordt gemaakt. Figuren reageren op elkaar, gebaren krijgen betekenis en gebeurtenissen spelen zich af in herkenbare ruimten. De kijker wordt niet alleen geconfronteerd met een heilige, maar wordt als het ware getuige van zijn leven. Assisi vormt een belangrijk scharnierpunt in de ontwikkeling van de franciscaanse beeldtaal: het heilige wordt niet minder verheven, maar wel menselijker en invoelbaarder verbeeld. Vanuit deze beeldtraditie kunnen we de latere voorstellingen van Franciscus in Umbrië en Toscane beter begrijpen: van de heilige tussen andere heiligen, via de navolger van Christus en de ontvanger van de stigmata, tot de mysticus in extase.

Franciscus tussen de heiligen

In de vijftiende eeuw zien we Franciscus vervolgens steeds vaker verschijnen in voorstellingen waarin verschillende heiligen samenkomen. Het beeld wordt een ontmoetingsplaats van heiligen, de zogenoemde Sacra Conversazione. Een mooi voorbeeld is het werk van Spinello Aretino, in Basilica di San Francesco, waarop de Maagd Maria samen met Franciscus en Clara van Assisi is weergegeven. Franciscus wordt hier niet als een afzonderlijke historische figuur verteld, maar als iemand die zich bevindt in de voortdurende, tijdloze gemeenschap van de heiligen. Toch is ook hier zijn lichamelijke en herkenbare verschijning belangrijk. Zijn eenvoudige habijt onderscheidt hem van de andere figuren en verwijst onmiddellijk naar zijn keuze voor armoede en navolging.

In de Cappella di Ciuccio Tarlati in de Duomo in Arezzo vinden we hetzelfde principe in, waar Franciscus aan de voet van de kruisiging is opgenomen naast Maria, Johannes en de aartsengel Michaël. De schenker, Ciuccio Tarlati, knielt eveneens bij het kruis. Hier ontstaat een subtiele maar belangrijke verbinding tussen heilige geschiedenis en het leven van de gelovige. Franciscus staat naast het kruis van Christus, terwijl ook de schenker zich in deze beeldwereld laat opnemen. Het verleden wordt niet alleen afgebeeld; het wordt een werkelijkheid waarin ook de hedendaagse gelovige een plaats kan innemen.

De franciscaanse gemeenschap als beeld

In Umbrië krijgt de franciscaanse identiteit een nog duidelijkere plaats binnen de beeldprogramma’s van kerken en kloosters. De fresco’s van Benozzo Gozzoli in de Cappella di San Girolamo in de San Francesco in Montefalco zijn bijzonder omdat zij het leven van Franciscus niet alleen als een reeks heiligenverhalen tonen, maar als een zorgvuldig opgebouwde spirituele ontwikkeling. De negentien episodes zijn ongebruikelijk van beneden naar boven gerangschikt: van zijn geboorte tot zijn dood en verheerlijking. De toeschouwer wordt zo letterlijk en figuurlijk omhoog geleid, van de aardse wereld naar de hemelse vereniging met God. Ook in de keuze en herschikking van scènes benadrukt Gozzoli Franciscus als vredestichter, moreel voorbeeld en grondlegger van de Franciscaanse orde. Anders dan Giotto in Assisi laat hij de wonderen na Franciscus’ dood grotendeels buiten beschouwing en richt hij zich op diens leven, historische betekenis en de ontwikkeling van de orde. De fresco’s worden zo meer dan een levensverhaal. Door de symbolische plaatsing van scènes als de Stigmatisatie, de verbinding met het altaar en de opgaande ordening van de apsis ontstaat een visuele meditatie over heiligheid, navolging van Christus en de betekenis van Franciscus voor de Kerk en de samenleving.

In de Chiesa di San Francesco in Montefalco bevindt zich de Cappella di Sint-Hieronymus, waarvan de fresco’s eveneens in 1452 door Benozzo Gozzoli werden geschilderd. Het programma toont scènes uit het leven van Hiëronymus en andere heiligen. In het gewelf zijn de vier evangelisten afgebeeld; op de bovenste achterwand staat Christus aan het kruis, geflankeerd door Dominicus, Franciscus, Romualdus en Sylvester. De plaats van Franciscus is betekenisvol: hij wordt niet afzonderlijk vereerd, maar samen met andere vertegenwoordigers van het religieuze leven onder het kruis van Christus geplaatst. Zo ontstaat een duidelijke hiërarchie: Christus vormt het centrum, de heiligen zijn zijn navolgers en getuigen. Franciscus wordt opgenomen in de bredere geschiedenis van het christelijke geloof, terwijl zijn aanwezigheid in deze franciscaanse kerk een bijzondere betekenis krijgt. Het frescoprogramma verbindt de levens van de heiligen met het grotere verhaal van de navolging van Christus: Franciscus staat letterlijk onder het kruis, waarvan zijn leven en spiritualiteit een weerspiegeling moeten zijn.

Ook in de Pinacoteca di San Francesco in Montefalco zien we hoe de franciscaanse traditie zichzelf door beelden presenteert. In de Coronation of the Virgin with Saints van Francesco Melanzio staan aan de linkerzijde verschillende franciscaanse heiligen bijeen: Antonius van Padua, Bernardinus van Siena en Franciscus van Assisi. Hier gaat het niet meer alleen om één heilige. Het beeld laat een geestelijke gemeenschap zien. Franciscus is de oorsprong en het voorbeeld, Bernardinus en Antonius vertegenwoordigen de voortzetting van die traditie. De schilderkunst maakt als het ware de geschiedenis van de orde zichtbaar.

Een andere, veelzeggende voorstelling uit de zestiende eeuw bevindt zich in de Basilica di San Francesco in Arezzo. Guillaume de Marcillat ontwierp in 1524 het grote glas-in-loodraam in de gevel, waarin Franciscus voor paus Honorius III verschijnt. Franciscus presenteert hier de regel van zijn nieuwe orde aan de paus. Het eenvoudige habijt van Franciscus contrasteert met de rijke gewaden van de paus en zijn gevolg. Hier wordt niet alleen een historisch moment verbeeld, maar ook de ontmoeting tussen de idealen van armoede en eenvoud en de institutionele Kerk. Tegelijkertijd maakt de plaats van het raam, hoog in de gevel van een franciscaanse kerk, van Franciscus een zichtbare bemiddelaar tussen de aardse geloofsgemeenschap en de Kerkelijke erkenning van zijn beweging.

Franciscus en de ervaring van het wonder

Een volgende stap ontstaat wanneer niet langer alleen de heilige zelf centraal staat, maar vooral zijn religieuze ervaring. Een bijzonder voorbeeld vinden we in de Rozenkapel van het franciscaanse complex in Montefalco, waar Tiberio d'Assisi in 1512 fresco's maakte rond de Aflaat van de Porziuncola. Franciscus is knielend weergegeven terwijl hij rozen zonder doornen offert. In hetzelfde programma verschijnen onder andere Clara van Montefalco, Fortunatus en andere franciscaanse figuren en engelen. Op het altaar verschijnt Christus als Vir Dolorum, de Man van Smarten, met de kruiswonden zichtbaar. Dit is een bijzonder betekenisvol moment. De franciscaanse spiritualiteit wordt hier niet alleen verteld, maar gevisualiseerd als wonderlijke ervaring. De rozen zonder doornen verwijzen naar de bovennatuurlijke gebeurtenis; de Man van Smarten brengt het mysterie van Christus' lijden letterlijk in beeld. De schilderkunst beweegt zich verder van het eenvoudig identificeren van de heilige naar het zichtbaar maken van zijn geestelijke wereld.

De stigmata: het lichaam als bewijs van navolging

In de zestiende eeuw verschuift het accent steeds sterker naar de innerlijke en mystieke ervaring van Franciscus. Nergens wordt dit duidelijker dan in de talloze voorstellingen van de stigmatisering van Franciscus. De stigmata vormen immers het ultieme beeld van franciscaanse navolging. Franciscus ontvangt de wonden van Christus in zijn eigen lichaam. Het lichaam wordt de plaats waarop de overeenkomst tussen Christus en zijn navolger zichtbaar wordt. In de Pinacoteca Comunale van Castiglion Fiorentino bevinden zich twee interessante voorbeelden: de Stimmate di San Francesco, toegeschreven aan Bartolomeo della Gatta en gedateerd rond 1480, afkomstig uit de kerk San Francesco en Stimmate di San Francesco door Il Poppi, omstreeks 1570–1590. De combinatie van deze twee werken maakt een historische ontwikkeling zichtbaar. Het onderwerp blijft hetzelfde, maar de betekenis van het beeld verandert mee met de tijd. De stigmatisering wordt steeds sterker een voorstelling van een intense religieuze ervaring, waarin lichaam, emotie, licht en gebaar de innerlijke toestand van Franciscus zichtbaar moeten maken.

Een belangrijk voorbeeld is Giorgio Vasari’s San Francesco riceve le stimmate (1548) in het Tempio Malatestiano in Rimini, oorspronkelijk geschilderd voor een franciscaanse kerk. Het werk verbeeldt het moment waarop Franciscus op de berg La Verna de stigmata ontvangt. Christus verschijnt hem in de gedaante van een serafijn, terwijl Franciscus in gebed deze ervaring ondergaat. Zijn lichaam wordt hier de plaats waar de navolging van Christus letterlijk zichtbaar wordt. De stigmata zijn niet alleen een teken van heiligheid, maar het lichamelijke bewijs van zijn mystieke vereniging met Christus. In het rotsachtige landschap opent zich boven Franciscus het hemelse visioen. Hier verschuift de aandacht van het verhaal van Franciscus naar de innerlijke ervaring van de heilige. Vasari laat zo een ontwikkeling in de franciscaanse beeldtaal zien: van Franciscus als heilige, via de navolger van Christus, naar Franciscus als mysticus die het goddelijke daadwerkelijk ervaart.

Van Renaissance naar Contrareformatie

In de zestiende en zeventiende eeuw wordt deze ontwikkeling voortgezet. De religieuze voorstelling wordt steeds meer gericht op de emotionele betrokkenheid van de toeschouwer. Dat is duidelijk te zien in het werk van Bernardino Santini, San Francesco in estasi davanti alla Vergine, uit de zeventiende eeuw. Het altaarstuk in de Muratori-kapel toont Franciscus in extase tegenover de Maagd Maria. Hier is Franciscus niet langer vooral de heilige die tussen andere heiligen staat of de protagonist van een verhaal. Hij wordt een mens die een directe ontmoeting met het goddelijke ervaart. De blik, de houding van het lichaam en de extatische toestand zijn nu zelf het onderwerp. De schilder probeert niet alleen uit te leggen wat Franciscus meemaakt, maar wil de toeschouwer laten voelen hoe een dergelijke ervaring eruitziet. Deze kunst sluit nauw aan bij de religieuze cultuur van de Contrareformatie. Beelden moesten niet alleen zijn in iconografische zin; zij moesten ook overtuigen en ontroeren. De gelovige moest zich aangesproken voelen. De franciscaanse heilige leende zich bij uitstek voor. Zijn leven bood een reeks beelden van armoede, navolging, lijden, wonderen en mystieke vereniging met Christus.

De stille aanwezigheid van Franciscus

Toch is het interessant dat Franciscus in de kunst niet altijd dramatisch of extatisch verschijnt. Soms is hij een stille aanwezigheid. In Santa Maria della Pieve in Arezzo bevinden zich fresco's van Andrea di Nerlo met Dominicus en Franciscus uit het midden van de veertiende eeuw. In het Diocesaan Museum van Cortona zijn bovendien de heiligen Franciscus, Bernardinus van Siena en Antonius van Padua samen afgebeeld in een werk van Giovanni di Nicolino uit 1420–1427, afkomstig uit San Francesco. Hier hoeft Franciscus geen wonder te verrichten. Zijn aanwezigheid zelf is betekenisvol. In veel van deze voorstellingen bevindt Franciscus zich niet midden in het spektakel, maar in de stilte van een kerkruimte, tussen andere heiligen, als iemand die de gelovige uitnodigt tot contemplatie.

Franciscus als getuige van Christus

Ook in latere werken blijft de relatie met Christus fundamenteel. In de Annunciazione tra i Santi Francesco, Girolamo e i profeti David ed Isaia van Neri di Bicci, omstreeks 1470, staat Franciscus naast Hiëronymus, terwijl boven hen David en Jesaja als profeten zijn weergegeven. Franciscus staat hier binnen de lange geschiedenis van de heilsgeschiedenis. Hij is niet alleen een individuele mysticus, maar een getuige van een christelijke traditie die teruggaat tot de profeten en culmineert in Christus. Een andere betekenisvolle voorstelling is het werk van Giovanni d'Agnolo di Balduccio, waarin Franciscus in glorie wordt weergegeven en een Maaltijd in het Huis van de Farizeeër is voorgesteld. De heilige verschijnt er als een figuur die zelf deel is gaan uitmaken van de heilige geschiedenis die hij navolgde.

Van Franciscus als voorbeeld naar Franciscus als mysticus

Wanneer we de werken chronologisch naast elkaar leggen, ontstaat een opvallende ontwikkeling.
In de vroegere voorstellingen is Franciscus vooral de heilige tussen de heiligen. Hij is herkenbaar aan zijn habijt en attributen en vertegenwoordigt de franciscaanse traditie. Vervolgens wordt hij de navolger van Christus. Zijn leven wordt verteld en zijn daden worden zichtbaar gemaakt. Daarna wordt hij de heilige die Christus lichamelijk ervaart. De stigmata vormen het meest directe beeld. En in de zeventiende eeuw wordt hij steeds meer de mysticus die het goddelijke innerlijk ervaart. De extase wordt het onderwerp. Het is geen rechte ontwikkeling waarin het ene beeldtype het andere eenvoudig vervangt. Alle vormen blijven naast elkaar bestaan. Maar het zwaartepunt verschuift geleidelijk van de herkenbare heilige naar de menselijke ervaring van het heilige.

Een bijzondere plaats voor Franciscus in de Italiaanse kunst

De voorbeelden uit Umbrië en Toscane laten zien dat Franciscus meer is dan het onderwerp van een iconografie. Hij bood kunstenaars een uitzonderlijk middel om een fundamentele religieuze vraag te onderzoeken: hoe kan het onzichtbare zichtbaar worden gemaakt? Zijn eenvoudige habijt maakt armoede zichtbaar, zijn stigmata de navolging van Christus, zijn gebaren het gebed en zijn extase een innerlijke ervaring. Zijn aanwezigheid naast Maria en Christus maakt bovendien de gemeenschap van de heiligen zichtbaar. De franciscaanse spiritualiteit gaf de Italiaanse schilderkunst geen eigen stijl, maar versterkte wel een gevoeligheid voor het menselijke en lichamelijke in de religieuze voorstelling. Het goddelijke kon worden gezocht in het concrete: in een lichaam, een gebaar, een traan, een landschap, een ontmoeting of een moment van stilte. Franciscus is meer dan een terugkerend iconografisch motief: hij vormt een sleutel tot een bredere verandering in de Europese religieuze beeldcultuur.

Geraadpleegde bronnen:
- Gallerie degli Uffizi – Francesco, Fratello Universale

- Franciscus van Assisi - Wikipedia
- www.heiligen.net
- sites.google.com/site/beeldfiguren
- www.dbnl.org
- www.christianiconography.info
- www.finestresullarte.info
- www.nationalgallery.org.uk