Pietro Lorenzetti
Tarlati-polyptiek – Madonna met Kind en heiligen (1320)
Pieve di Santa Maria, Arezzo
De cognitieve stijl
Voordat we naar de voorstelling zelf kijken, is het goed stil te staan bij wat de kunsthistoricus Michael Baxandall de cognitieve stijl noemt: de manier waarop mensen in een bepaalde tijd leerden kijken. Hoe wij een schilderij ervaren, wordt niet alleen bepaald door wat erop staat, maar ook door onze eigen kennis, gewoonten en verwachtingen. Wanneer wij vandaag de Pieve di Santa Maria in Arezzo binnenlopen, kijken we meestal met de ogen van een museumbezoeker. We bewonderen de schilderkunst, herkennen Maria met het Christuskind en de heiligen om haar heen en vragen ons af wanneer het werk is gemaakt en door wie. Onze blik is vooral kunsthistorisch.
Een bezoeker in 1320 keek vanuit een heel andere wereld. Hij kwam niet naar de kerk om een kunstwerk te bekijken zoals wij dat doen. Zijn blik was gevormd door de Bijbel, de liturgie, de symboliek van de kerk en de rituelen die hij van jongs af aan kende. Dit altaarstuk maakte deel uit van die wereld. Terwijl kaarslicht over het bladgoud speelde, wierook langs de panelen omhoog steeg en gezongen gebeden de ruimte vulden, stonden de afgebeelde figuren niet eenvoudigweg op een schilderij. Zij hoorden bij de werkelijkheid van de viering. Het is moeilijk om ons die manier van kijken volledig voor te stellen, maar die poging maakt duidelijk waarom het altaarstuk er zo uitziet als het eruitziet.
Werkelijkheid en aanwezigheid
De Tarlati-polyptiek toont Maria met het Christuskind en een aantal heiligen. Voor een middeleeuwse gelovige waren deze figuren niet alleen afbeeldingen van personen uit het verleden. Binnen de liturgische ruimte konden zij worden ervaren als leden van de hemelse gemeenschap die tijdens de eucharistie met de gelovigen op aarde verbonden was.
Dat is ook te zien aan de manier waarop Lorenzetti zijn figuren heeft geschilderd. Zij kijken niet naar elkaar en er is weinig onderlinge beweging. Toch vormen ze duidelijk één geheel. Hun rust komt niet voort uit een gebrek aan leven, maar uit hun plaats in een werkelijkheid die niet aan het alledaagse moment gebonden is. Maria is meer dan een historische vrouw die haar kind vasthoudt. Zij is de drager van Christus, de plaats waar de menswording zichtbaar wordt. Haar centrale positie geeft haar een vanzelfsprekende betekenis.
De taal van kleur en licht
Wat ons onmiddellijk opvalt, is het overvloedige goud. Wij zijn geneigd dat te zien als een kostbare achtergrond, maar voor een middeleeuwse bezoeker betekende het iets anders. Het goud beschrijft geen ruimte waarin de figuren zich bevinden. Het opent een andere sfeer. Het verwijst naar een licht dat niet afkomstig is van een zichtbare bron en dat zich niet laat verbinden met de tijdelijkheid van de aardse wereld.
In de kerk moet dat effect bovendien anders zijn geweest dan wanneer we de polyptiek nu in een gelijkmatig verlichte ruimte bekijken. Kaarsvlammen bewogen over het bladgoud en brachten het oppervlak voortdurend tot leven. Het goud bleef niet helemaal hetzelfde. Het ving het licht op en gaf het terug.
Ook de kleuren van de figuren dragen bij aan die ordening. Het diepe blauw van Maria's mantel onderstreept haar bijzondere positie, terwijl de rood- en okertinten van de heiligen de afzonderlijke figuren van elkaar onderscheiden zonder de samenhang van het geheel te verbreken. Kleur is hier dus niet alleen een kwestie van schoonheid. Ze helpt mee om de voorstelling te ordenen.
De taal van lichamen en gebaren
Pietro Lorenzetti behoorde tot de kunstenaars die de schilderkunst in deze periode een nieuwe menselijkheid gaven. Dat wordt vooral zichtbaar in de manier waarop hij met lichamen omgaat. Maria draagt het Christuskind niet als een afstandelijk symbool. Ze ondersteunt het kind werkelijk met haar lichaam, terwijl het zich vrij op haar arm beweegt en contact met haar zoekt. In zo'n klein gebaar wordt iets zichtbaar van de menswording: Christus is niet alleen de Zoon van God, maar ook een kind dat door zijn moeder wordt gedragen.
Ook de heiligen worden herkenbaar door hun houding en attributen. Johannes de Doper richt zich met zijn gebaar naar Christus. Johannes de Evangelist houdt het evangelie vast dat bij zijn getuigenis hoort. Donatus verschijnt als bisschop van Arezzo en brengt de grote hemelse voorstelling tegelijkertijd terug naar de plaatselijke kerk. Matteüs houdt eveneens zijn evangelie vast. Zulke gebaren zijn voor ons misschien minder vanzelfsprekend dan voor een middeleeuwse toeschouwer, die geleerd had de betekenis ervan te herkennen. Het lichaam en het attribuut vertellen hier samen met het gezicht wie iemand is en welke plaats hij in de voorstelling inneemt.
Lezen als een middeleeuwse bezoeker
Een moderne bezoeker kijkt gemakkelijk van de ene figuur naar de andere. We bekijken Maria, vervolgens de heiligen en de kleinere voorstellingen erboven. Een tijdgenoot van Lorenzetti zal de polyptiek eerder als één samenhangend geheel hebben ervaren.
Onderaan bevinden zich Maria en de grote heiligen, dicht bij de gelovigen die voor het altaar stonden. Daarboven verschijnen kleinere heiligen en medaillons. Nog hoger zien we de Annunciatie, het moment waarop de geschiedenis van de verlossing begint. Helemaal boven verschijnt Maria opnieuw in haar verheerlijking. De blik wordt zo als het ware omhoog geleid: van de wereld waarin de gelovige zich bevindt naar de hemelse werkelijkheid die boven hem wordt voorgesteld.
Ook de vorm van de polyptiek speelt mee. De afzonderlijke panelen zijn geen losse schilderijen die toevallig naast elkaar zijn geplaatst. De architectuur verbindt ze met elkaar en bepaalt mede hoe we de voorstelling lezen. De omlijsting is onderdeel van het beeldverhaal zelf.
Anders kijken
Wanneer wij vandaag voor deze polyptiek staan, zien we een meesterwerk van Pietro Lorenzetti en een belangrijk voorbeeld van de vroege Sienese schilderkunst. Die kunsthistorische blik is waardevol, maar hij verklaart niet alles wat we voor ons zien.
Wie probeert zich iets voor te stellen van de manier waarop een bezoeker in de veertiende eeuw naar dit altaarstuk keek, gaat andere dingen opmerken. Het goud is dan niet meer alleen een kostbare achtergrond. De heiligen zijn niet zomaar afzonderlijke figuren, maar maken deel uit van één hemelse gemeenschap. En Maria staat niet alleen centraal omdat zij de moeder van Christus is, maar omdat in haar de verbinding tussen het menselijke en het goddelijke zichtbaar wordt.
Het schilderij vraagt niet alleen om bekeken te worden. Het was gemaakt voor een plaats waar kijken, bidden en liturgie met elkaar verbonden waren. Zeven eeuwen later kunnen we die oorspronkelijke ervaring niet eenvoudig terughalen. Maar door opnieuw te kijken naar de manier waarop Lorenzetti zijn figuren, kleuren, goud en architectuur heeft samengebracht, komen we er misschien iets dichter bij.