Galleria Nazionale delle Marche:
een kunsthistorische wandeling door het Palazzo Ducale
Galleria Nazionale delle Marche: het kunstbezit van Urbino
Wie de Galleria Nazionale delle Marche bezoekt, betreedt niet zomaar een museum, maar een van de belangrijkste renaissancepaleizen van Italië. Het Palazzo Ducale van Urbino werd vanaf het midden van de vijftiende eeuw gebouwd in opdracht van Federico da Montefeltro. Onder zijn bewind groeide Urbino uit tot een belangrijk intellectueel en artistiek centrum van de renaissance. Architecten als Luciano Laurana en Francesco di Giorgio Martini gaven het paleis zijn karakteristieke vorm, waarin representatie, geleerdheid en verfijning samenkwamen. Na de dood van de hertogen verloor het paleis geleidelijk zijn oorspronkelijke functie. Tijdens de pauselijke periode werd het deels gebruikt als administratief centrum en in de negentiende eeuw kreeg het verschillende bestemmingen. De kunstwerken die het paleis ooit sierden, waren inmiddels grotendeels verspreid geraakt over kerken, kloosters en openbare gebouwen in de Marche.
Na de eenwording van Italië ontstond het streven om het culturele erfgoed van de voormalige hertogelijke staat te behouden. Door de opheffing van religieuze orden kwamen veel schilderijen, sculpturen en liturgische objecten in handen van de staat. Om te voorkomen dat deze kunstwerken naar particuliere collecties of musea elders in Italië zouden verdwijnen, werd een nationaal museum voor de Marche opgericht. In 1912 werd de Galleria Nazionale delle Marche in het Palazzo Ducale gevestigd. De collectie groeide door werken uit opgeheven kloosters, kerken en kloosterbibliotheken, maar ook uit overheidsgebouwen, particuliere schenkingen en archeologische vondsten. Zo ontstond geen vorstelijke collectie zoals in Florence of Mantua, maar een representatieve verzameling van de artistieke ontwikkeling van de Marche tussen de dertiende en achttiende eeuw.
Van de kerken van Urbino naar het Palazzo Ducale
Een belangrijk deel van de collectie bestaat uit kunstwerken die oorspronkelijk niet voor het Palazzo Ducale waren bestemd, maar afkomstig zijn uit de kerken van Urbino. Daardoor biedt de Galleria een uitzonderlijk beeld van de artistieke ontwikkeling van de stad, van de late middeleeuwen tot de renaissance.
Het belangrijkste voorbeeld is de voormalige dominicanenkerk San Domenico, tegenover het Palazzo Ducale. De oudste werken zijn de monumentale fresco's uit de hoofdkapel, geschilderd in 1343 door de Maestro della Croce di Mombaroccio. Oorspronkelijk vormden zij de volledige apsisdecoratie. Bij een latere verbouwing werden de schilderingen van de muur losgemaakt, waardoor ze voor verval werden behoed. De bewaard gebleven fragmenten – waaronder de Assumptie van Maria, Muzikale engelen, Figuren van apostelen en decoratieve architectuurfragmenten – geven een indruk van de oorspronkelijke monumentale decoratie en tonen de overgang van de Byzantijnse traditie naar een levendiger gotische beeldtaal.
Ruim een eeuw later kreeg San Domenico de monumentale geglazuurde terracotta Madonna col Bambino e i Santi Domenico, Tommaso d'Aquino, Alberto Magno e Pietro Martire (1450–1451) van Luca della Robbia. Het werk behoort tot de vroegste monumentale toepassingen van zijn vernieuwende techniek. De stralend witte figuren steken af tegen een helderblauwe achtergrond, terwijl Maria met het Christuskind wordt geflankeerd door de belangrijkste heiligen van de dominicanenorde: Dominicus, Thomas van Aquino, Albertus Magnus en Petrus Martelaar.
Ook andere kerken van Urbino leverden belangrijke werken. Uit de chiesa di San Bartolo komt de Triptiek van de Heilige Bartholomeus van de Maestro del Trittico di San Bartolomeo, een vroeg-vijftiende-eeuws meesterwerk van de internationale gotiek. Uit de chiesa della Trinità is de terracotta Madonna col Bambino e quattro Angeli van Michele di Giovanni da Fiesole, bijgenaamd Il Greco (1455), afkomstig. De zachte modellering van Maria en de spelende engelen weerspiegelt de invloed van de Florentijnse beeldhouwkunst, terwijl de intieme devotionele sfeer aansluit bij de religieuze traditie van Urbino.
Deze werken maken duidelijk dat de Galleria Nazionale delle Marche veel meer is dan het museum van een renaissancepaleis: zij bewaart ook het religieuze en artistieke erfgoed van Urbino.
De renaissance aan het hof van Federico da Montefeltro
De collectie bevat een reeks werken die de uitzonderlijke intellectuele en artistieke cultuur van het hof van Federico da Montefeltro zichtbaar maken. Een van de beroemdste is Flagellazione di Cristo van Piero della Francesca (ca. 1455–1460). Het kleine paneel geldt als meesterwerk van de vroege renaissance dankzij de mathematisch perfecte perspectiefconstructie en de raadselachtige combinatie van het Bijbelse tafereel met drie eigentijdse figuren. De betekenis ervan houdt kunsthistorici al eeuwen bezig. Zie voor een uitgebreide bespreking de knop UITGELICHT bij de afbeelding hieronder. Een tweede meesterwerk van Piero della Francesca is de verstilde Madonna di Senigallia (ca. 1470–1474). Het daglicht dat door een venster naar binnen valt, creëert een meditatieve sfeer waarin ruimte, geometrie en spiritualiteit volmaakt in evenwicht zijn.
Uit dezelfde periode dateert Cristo Crocifisso van Bartolomeo di Giovanni Corradini, beter bekend als Fra Carnevale (ca. 1450–1460). Deze nauw met het hof verbonden, intellectuele schilder toont hier zijn vermogen om monumentale architectuur, perspectief en spirituele intensiteit te verenigen.
Het humanistische ideaal van harmonie, proportie en rationele orde komt duidelijk naar voren in De Ideale Stad, geschilderd rond 1480–1490 door een onbekende meester. Het paneel toont een volmaakt geordende renaissance-stad zonder bewoners. Zowel de maker als de precieze betekenis blijven onderwerp van wetenschappelijke discussie.
Ook de beeldhouwkunst en inrichting van het paleis weerspiegelen deze cultuur. Gregorio di Lorenzo vervaardigde de elegante Madonna col Bambino e due Angeli (ca. 1465–1475), waarin de tedere relatie tussen moeder en kind kenmerkend is voor de Florentijnse renaissance. De marmeren Testa di Madonna van Domenico Rosselli uit het einde van de vijftiende eeuw bezit een vergelijkbare verstilde schoonheid en zachte modellering.
De rijk gebeeldhouwde Camino della Jole van Michele di Giovanni da Fiesole (ca. 1450) is meer dan een functionele haard: de klassieke motieven weerspiegelen de humanistische belangstelling voor de oudheid aan het hof. Het monumentale Soffitto Aquilini van Federico Brandani uit de tweede helft van de zestiende eeuw laat vervolgens zien hoe de renaissance-esthetiek voortleefde in stucdecoraties en illusionistische plafondkunst.
Ook het paleis zelf vormt onderdeel van dit artistieke geheel. De elegante wenteltrap in Il Torricino, ontworpen door Francesco di Giorgio Martini tussen 1474 en 1480, verenigt technische perfectie met sculpturale elegantie. Het absolute hoogtepunt is het beroemde Studiolo van Federico da Montefeltro, uitgevoerd door Benedetto da Maiano en Giuliano da Maiano (1473–1476). De wanden zijn bekleed met meesterlijk intarsiawerk van boekenkasten, muziekinstrumenten, wetenschappelijke instrumenten en wapens. Door het verbluffende perspectief lijken de kastdeuren werkelijk open te staan. Het vertrek verbeeldt het renaissance-ideaal waarin kennis, kunst, wetenschap en militaire deugd samenkomen.
De bloei van de Urbino-majolica
Ook de majolica bereikte in het hertogdom Urbino in de zestiende eeuw een uitzonderlijke bloei. Een schotel van Nicola da Urbino met De ontvoering van Helena (ca. 1530) toont de verfijnde schilderstijl waarmee hij beroemd werd. Geïnspireerd door prenten en de schilderkunst van de Hoogrenaissance zette hij mythologische verhalen om in levendige, evenwichtige composities, waardoor hij de bijnaam "Rafaël van de majolica" verwierf. Een tweede meesterwerk is de schotel met een veldslag (Battaglia, ca. 1550–1560), toegeschreven aan de werkplaats van de gebroeders Picchi in Casteldurante. De dramatische voorstelling vol beweging, kleurrijke details en ruimtelijke werking laat zien hoe latere majolicaschilders zich toelegden op historiestukken. Samen tonen deze schotels de artistieke bloei van de Urbino-majolica in de zestiende eeuw.
Het Palazzo Ducale als kunstwerk en geheugen
De Galleria Nazionale delle Marche onderscheidt zich van veel andere Italiaanse musea doordat de collectie nauw verbonden is met haar omgeving. Het Palazzo Ducale vormt zelf het belangrijkste kunstwerk, terwijl de verzameling het verhaal vertelt van de culturele rijkdom van de Marche. Hofkunst, religieuze kunst en stedelijke geschiedenis zijn hier onlosmakelijk met elkaar verweven. De werken uit San Domenico laten dit bijzonder goed zien: het museum bewaart niet alleen een renaissancepaleis, maar ook het artistieke geheugen van Urbino. De collectie vormt zo een kunsthistorisch landschap waarin de ontwikkeling van de stad en de Marche zichtbaar wordt: van de middeleeuwse religieuze beeldcultuur via het humanistische hof van Federico da Montefeltro tot de verdere ontwikkeling van schilderkunst, beeldhouwkunst, architectuur en majolica. Juist de samenkomst van gebouw, collectie en stedelijke geschiedenis maakt de Galleria Nazionale delle Marche tot een van de meest bijzondere kunstmusea van Italië.
Geraadpleegde bronnen:
- Wikipedia
- Keytoumbria.com
- Corvinus.nl
- Eigen waarnemingen ter plaatse van de kunstwerken en de architectuur van het museum
- Bestudering van de informatiepanelen en toelichtingsbordjes bij de kunstwerken in het museum
Maestro della Croce di Mombaroccio, Cappella maggiore di San Domenico (cyclus losgemaakte fresco's): fragmenten: Assumptie van Maria, Muzikale engelen, Figuren van apostelen, Decoratieve architectuurfragmenten, Overige resten van het oorspronkelijke apsisprogramma (1343). Herkomst: San Domenico
Luca della Robbia, Madonna col Bambino e i Santi Domenico, Tommaso d'Aquino, Alberto Magno e Pietro Martire (1450-1451). Herkomst: San Domenico
Maestro del Trittico di San Bartolomeo , Triptiek van de Heilige Bartholomeus (Trittico di San Bartolomeo) (begin 15e eeuw). Herkomst: chiesa di San Bartolo di Urbino
Bartolomeo di Giovanni Corradini (Fra Carnevale), Christus aan het kruis (Cristo Crocifisso) (ca. 1450 en 1460)
Michele di Giovanni da Fiesole (Il Greco), Madonna col Bambino e quattro Angeli (1455). Herkomst: chiesa della Trinita di Urbino
Het stucplafond van Federico Brandani werd in 1917 door de Italiaanse staat aangekocht van een afstammeling van de familie Corboli Aquilini, op aanbeveling van opzichter Luigi Serra. Beeldhouwer Diomede Catalucci demonteerde het plafond in 1918 en bouwde het in het Hertogelijk Paleis opnieuw op; de werkzaamheden werden begin 1919 voltooid.
Het plafond was oorspronkelijk vervaardigd voor Ventura Aquilini (Il Gallina, ca. 1518–1574), kapitein in het leger van de Della Rovere. Op de vier hoeken is het familiewapen van de Aquilini aangebracht: een adelaar die op een tak rust. Bij de verplaatsing gingen de takken grotendeels verloren; slechts één adelaar vertoont nog een spoor van zijn klauwen.
De compositie bestaat uit panelen met grotesken, festoenen en mascarons. De vijf reliëfs zijn gebaseerd op de Scènes uit het leven van Julius Caesar, ontworpen door Taddeo Zuccari en zijn atelier (ca. 1560–1562) voor het majolica-servies dat Guidobaldo II della Rovere liet vervaardigen voor koning Filips II van Spanje.
Brandani vertaalde deze ontwerpen in een uitzonderlijk stucwerk, waarschijnlijk uitgevoerd in 1562 of tussen 1565 en 1568, na zijn verblijf aan het hof van Emanuele Filiberto van Savoye. De subtiele stiacciati (zeer ondiepe reliëfs) contrasteren met het krachtige licht-donkerspel van de festoenen en krullen, waardoor een opvallende ruimtelijke werking ontstaat die vooruitloopt op de barok.
Voor de plaatsing in het Hertogelijk Paleis werd de ruimte aangepast met drie nieuwe muren en herplaatste deurkozijnen. Catalucci bevestigde eerst het zware middendeel aan het gewelf met speciaal vervaardigde schroefklemmen, waarna hij de zijreliëfs nauwkeurig op hun oorspronkelijke positie terugbracht.
Bron: informatiebord Galleria Nazionale delle Marche (vrij vertaald)
Benedetto da Maiano en zijn broer Giuliano da Maiano, Studiolo van Federico da Montefeltro, intarsia (houten inlegwerk) (1473-1476)
Piero della Francesca, Flagellazione di Cristo ca. 1455–1460
Giovanni Bellini, Madonna met Kind tussen de heiligen Johannes de Doper en Elisabeth (ca. 1490). Herkomst klooster Fonte Avellana in Serra Sant'Abbondio in De Marken.
Olieverf op paneel, 71 × 90 cm. Inv.nr. DE 227. Sinds 1915 in de collectie van de Galleria Nazionale delle Marche. Dit paneel is een karakteristiek voorbeeld van Bellini's rijpe stijl en was vermoedelijk bestemd voor privédevotie. De Madonna met het Kind en de beide heiligen zijn in een verstilde, contemplatieve houding weergegeven. Zij leunen op een vensterbank van bontgeaderd marmer, terwijl de donkere achtergrond de ruimtelijke werking en de serene aanwezigheid van de figuren versterkt. Ondanks de matige staat van conservering wordt het schilderij overtuigend aan Giovanni Bellini toegeschreven, mede dankzij de nauwe overeenkomst met een vrijwel identieke versie in het Städel Museum in Frankfurt. Bron: informatiebord Galleria Nazionale delle Marche (vrij vertaald).
Waarom bevindt dit schilderij zich in Urbino?
Oorspronkelijk was het schilderij bestemd voor de benedictijnse abdij van Fonte Avellana, waar het eeuwenlang deel uitmaakte van de kloosterkerk. Na de eenwording van Italië in de negentiende eeuw werden veel kloosters opgeheven of onteigend. Om te voorkomen dat belangrijke kunstwerken verspreid raakten, bracht de Italiaanse staat ze onder in nieuwe nationale musea. Zo kwam ook Bellini's paneel terecht in het Palazzo Ducale van Urbino, dat uitgroeide tot het belangrijkste museum van de regio Marche. Daardoor bleef het werk bewaard in de streek waarvoor het oorspronkelijk was geschilderd en maakt het tegenwoordig deel uit van de artistieke geschiedenis van de hele regio.
Bellini als schakel tussen twee werelden
Dat het schilderij zich nu in Urbino bevindt, is daarom meer dan een historisch toeval. Het vormt een tastbare verbinding tussen twee grote renaissancetradities: de Venetiaanse schilderkunst van licht en kleur en de Midden-Italiaanse traditie van harmonie en verstilde devotie. Bellini laat zien dat religieuze kunst geen monumentale architectuur of dramatische gebeurtenissen nodig heeft. Een eenvoudige ontmoeting van vier figuren is voldoende om een diep theologisch mysterie zichtbaar te maken. Juist die visie vond een vruchtbare voedingsbodem in de Marken en Umbrië en werkte door in de kunst van Perugino en Rafaël. Wie dit schilderij vandaag in de Galleria Nazionale delle Marche ziet, kijkt daarom niet alleen naar een meesterwerk van Giovanni Bellini, maar ook naar een sleutelwerk dat de artistieke dialoog tussen Venetië, de Marken en Umbrië zichtbaar maakt.
Nicola da Urbino, Piatto, il rapimento di Elena I, (ca. 1530) particuliere collectie
De schilder die zijn werk signeerde als Nicola da Urbino wordt vaak de "Rafaël van de majolica" genoemd. Meer dan welke andere kunstenaar ook gaf hij vorm aan de klassieke stijl van de gehistoriëerde majolica uit Urbino. Nicola di Gabriele Sbraghe wordt voor het eerst vermeld in de archieven van Urbino in 1520.
In 1524 ontving hij de prestigieuze opdracht een servies te vervaardigen dat hertogin Eleonora aan haar moeder, Isabella d'Este, schonk. Rond 1533 werd hem het grootste deel van een omvangrijke opdracht toevertrouwd voor Isabella's zoon Federico, hertog van Mantua, en diens echtgenote Margherita Paleologo. Nicola overleed in de winter van 1537–1538. Na zijn dood verhuurde zijn weduwe, Girolama, het atelier aan Vincenzo Andreoli, zoon van de beroemde meester Giorgio Andreoli van Gubbio.
Bron: informatiebord Galleria Nazionale delle Marche (vrij vertaald)
Bottega dei Picchi Casteldurante (toegeschreven), piatto, Battaglia (ca. 1550-60)
Geen enkel gebied in Italië is zo nauw verbonden met gehistoriëerde majolica als het hertogdom Urbino ten tijde van de hertogen uit het huis Della Rovere. Het belangrijkste centrum voor de productie van hoogwaardige gehistoriëerde majolica was de stad Urbino. De meest succesvolle werkplaats werd gesticht door Guido Durantino, later bekend als Guido Fontana, en vervolgens voortgezet door zijn zoon Orazio Fontana. Vóór 1580 ging de werkplaats over in handen van hun verwanten, de familie Patanazzi.
Andere vooraanstaande werkplaatsen uit het midden van de zestiende eeuw waren die van Guido di Merlino en Francesco di Silvano in Urbino, Girolamo di Lanfranco in Pesaro en de broers Ludovico en Angelo Picchi in Casteldurante.
particuliere collectieBron: informatiebord Galleria Nazionale delle Marche (vrij vertaald)