San Domenico in Urbino:
Van gotische kloosterkerk tot barok monument
San Domenico: een kerk als spiegel van de geschiedenis
Vrijwel tegenover het Palazzo Ducale staat de kerk van San Domenico, een gebouw dat als geen ander de opeenvolgende kunsthistorische perioden van Urbino weerspiegelt. De dominicanen vestigden zich hier in de veertiende eeuw en begonnen omstreeks 1362 met de bouw van een nieuwe kloosterkerk, die al in 1365 werd gewijd. Waarschijnlijk werden delen van een ouder gebouw in het nieuwe ontwerp opgenomen, zoals de vroegste fresco's in de apsis aantonen. Het resultaat was een ruime gotische kerk met één schip, geheel passend binnen de sobere architectuur die de bedelorden in deze periode nastreefden. Toch kreeg juist deze relatief eenvoudige kerk in de loop van de volgende eeuwen enkele van de belangrijkste kunstwerken van Urbino.
Van gotiek naar renaissance
Hoewel de kerk zelf een uitgesproken gotisch karakter bezat, markeert de voorgevel een beslissend moment in de Italiaanse architectuurgeschiedenis. Tussen 1449 en 1454 ontwierp de Florentijnse beeldhouwer en architect Maso di Bartolomeo een monumentaal travertijnen portaal, dat door zijn medewerkers Pasquino da Montepulciano en Michele di Giovanni da Fiesole werd voltooid. Dit portaal geldt als de eerste volledig renaissancistische architectuuropgave in Urbino en vormt daarmee een belangrijk vertrekpunt voor de bouwactiviteiten die enkele jaren later zouden uitmonden in het Palazzo Ducale van Federico da Montefeltro. De klassieke zuilen, Korinthische kapitelen en de op een Romeinse triomfboog geïnspireerde compositie vormen een scherp contrast met de bakstenen gotische gevel, waarvan het roosvenster, de spitsboogfriezen en de hoge vensters nog altijd zichtbaar zijn.
Het portaal werd bekroond door een geglazuurde terracotta lunette van Luca della Robbia, vervaardigd tussen 1450 en 1451. De voorstelling toont de Madonna met Kind, geflankeerd door de heiligen Dominicus, Thomas van Aquino, Albertus Magnus en Petrus Martelaar. Oorspronkelijk vormde dit kleurrijke reliëf het stralende middelpunt van de gevel. Om conserveringsredenen werd het origineel in 1973 verwijderd en overgebracht naar de Galleria Nazionale delle Marche. Op de gevel bevindt zich tegenwoordig een uiterst nauwkeurige kopie, waardoor het oorspronkelijke architectonische ensemble behouden bleef.
Ook de middeleeuwse schilderkunst van de kerk is grotendeels aan het oog onttrokken. Tijdens restauraties in de twintigste eeuw kwamen in de apsis omvangrijke schildercycli aan het licht, die worden toegeschreven aan Antonio Alberti da Ferrara. Ook werden oudere veertiende-eeuwse fresco's van de zogenoemde Maestro della Croce di Mombaroccio ontdekt. Omdat de schilderingen ernstig waren bedreigd, werden zij van de muren losgenomen. Tegenwoordig bevinden deze fresco's zich grotendeels in de Galleria Nazionale delle Marche en gedeeltelijk in het Museo Diocesano Albani. Daarmee verloor San Domenico een belangrijk deel van haar oorspronkelijke middeleeuwse decoratie, terwijl de werken zelf dankzij hun museale bewaring behouden bleven.
De achttiende-eeuwse metamorfose
Het huidige interieur is vooral het resultaat van een ingrijpende verbouwing tussen 1729 en 1732 onder leiding van de Urbinaatse architect Filippo Barigioni. In opdracht van de invloedrijke familie Albani werd de gotische kerk vrijwel volledig aangepast aan de smaak van de late barok. De middeleeuwse ruimtelijkheid maakte plaats voor een helder, wit interieur met monumentale pilasters, een nieuw koor en een rijke altaarinrichting. Alleen in de gewelven naast de apsis zijn nog delen van de oorspronkelijke gotische constructie herkenbaar gebleven.
Centraal in deze nieuwe inrichting staat het monumentale achttiende-eeuwse altaarschilderij Madonna del Rosario con i santi Domenico e Caterina, van Giovanni Conca, dat nog steeds de liturgische en visuele kern van de kerk vormt. Aan weerszijden van het presbyterium staan monumentale engelfiguren, terwijl de zijaltaren worden gedomineerd door grote schilderijen die zijn gebaseerd op de kartons voor de beroemde mozaïeken van de Sint-Pietersbasiliek in Rome. Daarnaast bezit de kerk nog twee schilderijen van Francesco Vanni, die de overgang markeren tussen de laatmaniëristische en vroegbarokke schilderkunst. Samen vormen deze werken een vrijwel complete achttiende-eeuwse inrichting, die tegenwoordig het karakter van het interieur bepaalt.
San Domenico is daardoor geen kerk die één enkele stijl vertegenwoordigt. Integendeel, juist de opeenvolgende veranderingen maken haar bijzonder. De gotische bouwstructuur vormt nog altijd het fundament, terwijl het renaissanceportaal van Maso di Bartolomeo een van de eerste tastbare uitingen is van de nieuwe vormentaal die Urbino onder Federico da Montefeltro wereldberoemd zou maken. Het interieur daarentegen weerspiegelt de ambities van de achttiende eeuw, toen Filippo Barigioni de kerk een volledig nieuw aanzien gaf.
Tegelijkertijd vertelt San Domenico ook het verhaal van veranderende opvattingen over monumentenzorg. Verschillende topwerken werden uit de kerk verwijderd om ze voor verval te behoeden. De terracotta van Luca della Robbia bevindt zich tegenwoordig in de Galleria Nazionale delle Marche, terwijl de belangrijke fresco's van Antonio Alberti da Ferrara en de Maestro della Croce di Mombaroccio eveneens naar museumcollecties zijn overgebracht. Daardoor vormt San Domenico tegenwoordig niet alleen een monument van gotiek, renaissance en barok, maar ook een tastbare herinnering aan de voortdurende zorg voor het behoud van het Italiaanse kunstbezit.
Geraadpleegde bronnen:
- Wikipedia/San Domenico
- Eigen waarnemingen ter plaatse van de kunstwerken en de architectuur van de kerk
Maso di Bartolomeo, renaissanceportaal (1449–1454)
Michele di Giovanni da Fiesole, voltooiing portaal (1454)
Luca della Robbia, Vergine col Bambino e santi domenicani (1450–1451), kopie boven het portaal, nu in de Galleria Nazionale delle Marche.
Filippo Barigioni, interieur (1729-1732)
Giovanni Conca, Madonna van de Rozenkrans met de heiligen Dominicus en Catharina, een kopie van het werk van Sebastiano Conca (18e eeuw)