Santa Maria delle Lacrime in Trevi
Een iconografische reis door de heilsgeschiedenis

Ontstaan van het heiligdom

De kerk van Santa Maria delle Lacrime in Trevi is ontstaan vanuit een wonder dat volgens de overlevering plaatsvond op 5 augustus 1485. Een fresco, geschilderd op de gevel van het huis van een zekere Diotallevi Santilli en voorstellende de Madonna met Kind, zou tranen hebben vergoten. Deze gebeurtenis leidde onmiddellijk tot een intensieve Mariaverering en de bouw van een nieuw heiligdom. Direct daarna nam de gemeente Trevi het initiatief voor de bouw van de kerk. Nog in hetzelfde jaar werd het ontwerp toevertrouwd aan de Toscaanse architect Francesco di Pietrasanta.

Nog vóór de bezoeker de kerk betreedt, wordt deze voorbereid op haar sacrale betekenis door het elegante renaissanceportaal, uitgevoerd tussen 1495 en 1498 door Giovanni di Giampietro da Venezia. Het portaal vormt meer dan een architectonische toegang: in de renaissancetraditie markeert het de overgang van de aardse naar de heilige ruimte. De kerk heeft de vorm van een Latijns kruis. Het ruime interieur wordt overdekt door kruisgewelven en verlicht door grote vensters, waardoor een bijzonder lichte en monumentale ruimte ontstaat. Langs het schip en het linkertransept bevinden zich twaalf ondiepe kapellen die in de muren zijn opgenomen. De harmonische verhoudingen en de klassieke vormentaal weerspiegelen het humanistische ideaal waarin schoonheid en orde worden opgevat als een afspiegeling van de goddelijke schepping. De gelovige passeert als het ware een symbolische drempel om een ruimte binnen te gaan waarin de heilsgeschiedenis zich ontvouwt.

Het wonderbeeld van de Madonna delle Lacrime

Het miraculeuze fresco van de Madonna delle Lacrime (1483), tegenwoordig in het rechter transept boven het hoofdaltaar, behoort tot het type van de Madonna col Bambino. De tranen die de Madonna volgens de traditie vergoot, verwijzen op meerdere niveaus naar haar rol als Mater Dolorosa: zij deelt reeds vóór de Passie in het toekomstige lijden van haar Zoon. Tegelijkertijd zijn de tranen een teken van mededogen met de mensheid. Binnen de laatmiddeleeuwse volksdevotie werden dergelijke wonderbeelden beschouwd als tastbare manifestaties van goddelijke aanwezigheid. De kerk ontwikkelde zich daardoor niet rond een reliek, maar rond een geschilderde afbeelding die zelf als wonderdoend object werd vereerd.

Maria en de heilsgeschiedenis: de Cappella di Sant'Ubaldo

Deze nadruk op Maria wordt verder uitgewerkt in de Cappella di Sant'Ubaldo, waar een aan Fabio Angelucci da Mevale toegeschreven frescocyclus uit het einde van de zestiende eeuw verschillende episodes uit haar leven afbeeldt. De Annunciatie vormt het begin van de heilsgeschiedenis. De aartsengel Gabriël kondigt de menswording van Christus aan en Maria wordt voorgesteld als de nieuwe Eva, wier gehoorzaamheid de ongehoorzaamheid van de eerste Eva herstelt. De aanwezigheid van God de Vader boven de scène benadrukt dat de incarnatie onderdeel is van het goddelijke heilsplan. De vier episoden uit het leven van Maria plaatsen haar vervolgens centraal als voorbeeld van nederigheid, gehoorzaamheid en geloof.

Binnen dezelfde kapel verschijnen ook Sint Ubaldus, bisschop van Gubbio, en episoden uit zijn leven. Zijn aanwezigheid verbindt de universele heilsgeschiedenis met de regionale identiteit van Umbrië. Sint Ubaldus gold als beschermer tegen oorlog, ziekte en natuurrampen en sluit daarmee uitstekend aan bij een bedevaartsoord dat uit een wonder is ontstaan. Ook Johannes de Doper en Antonius van Padua maken deel uit van dit programma. Johannes verwijst als voorloper naar Christus, terwijl Antonius de prediking, de schriftuitleg en de zorg voor de armen vertegenwoordigt. Samen vormen Maria, Johannes, Antonius en Ubaldus een netwerk van voorspraak en navolging dat de gelovige uitnodigt deel te nemen aan het heil.

De openbaring van Christus aan de wereld: de Cappella dei Magi

Een hoogtepunt van de renaissancekunst in de kerk vormt de Aanbidding der Wijzen van Perugino uit 1521 in de Cappella dei Magi. De voorstelling verbeeldt de openbaring van Christus aan alle volkeren. De drie wijzen vertegenwoordigen traditioneel de drie toen bekende continenten, Europa, Azië en Afrika en tevens de drie levensfasen van de mens. Hun geschenken hebben een diepe symbolische betekenis: goud verwijst naar Christus als koning, wierook naar zijn goddelijke natuur, mirre naar zijn toekomstige dood en begrafenis. Maria fungeert opnieuw als draagster van het heil; zij presenteert het Kind aan de wereld. Perugino versterkt deze betekenis door in ronde medaillons de Annunciatie op te nemen. Daarmee worden begin en vervulling van de incarnatie visueel met elkaar verbonden. Daarnaast flankeren Petrus en Paulus de voorstelling als pijlers van de Kerk. Petrus symboliseert het kerkelijk gezag, Paulus de missionaire verkondiging. Zo wordt de geboorte van Christus direct verbonden met de verspreiding van het christendom.

De Passie van Christus: de Cappella di San Francesco

In de Cappella di San Francesco verplaatst de aandacht zich naar het einde van Christus' aardse leven. Giovanni di Pietro, beter bekend als Lo Spagna, schilderde tussen 1518 en 1520 een indrukwekkende Kruisafneming (Deposizione). Iconografisch vormt dit het emotionele hoogtepunt van de Passie. Het levenloze lichaam van Christus wordt door zijn volgelingen van het kruis genomen, terwijl Maria opnieuw centraal staat als lijdende moeder. Haar verdriet weerspiegelt de tranen van het miraculeuze Mariabeeld waarmee de kerk begon. De cirkel van de heilsgeschiedenis is daarmee vrijwel voltooid: de moeder die instemde met de menswording wordt nu geconfronteerd met de dood van haar Zoon. Rondom deze hoofdvoorstelling schilderde Lo Spagna verschillende heiligen. Sint Ubaldus verschijnt opnieuw als regionale beschermheilige en bevestigt daarmee de verbinding tussen universeel heil en lokale devotie. Sint Jozef vertegenwoordigt de zorgzame beschermer van de Heilige Familie en wordt het voorbeeld van vaderschap en gehoorzaamheid. Bijzonder is ook de voorstelling van Sint Augustinus met de Lateraanse kanunniken. Augustinus geldt als de grote kerkvader van de innerlijke bekering en de goddelijke genade. Door hem af te beelden met de orde die de kerk beheerde, krijgt de voorstelling tevens een institutionele betekenis: de gemeenschap van kanunniken presenteert zich als voortzetting van zijn spirituele erfenis.

De overwinning op de dood: de Cappella della Resurrezione

De Cappella della Resurrezione, beschilderd door Orazio Alfani rond 1530, vormt de theologische voltooiing van het iconografische programma. De fresco's staan geheel in het teken van de overwinning van Christus op de dood. Waar de Kruisafneming eindigt met dood en rouw, verkondigt deze kapel de hoop op nieuw leven. De verrijzenis bevestigt de waarheid van de incarnatie die in de Annunciatie begon. Daarmee ontstaat een complete heilscyclus: Aankondiging, Geboorte, Passie, Verrijzenis. Voor de pelgrim betekende deze opeenvolging een geestelijke reis door de kernmomenten van het christelijk geloof.

Eucharistische devotie in de negentiende eeuw

Een veel later toegevoegd werk, het altaarstuk Sint Alfonsus aanbidt de Hostie (ca. 1856) in de voormalige Cappella di Santa Caterina, laat zien hoe de betekenis van de kerk zich in de negentiende eeuw verder ontwikkelde. Sint Alfonsus Maria de' Liguori staat bekend om zijn vurige eucharistische devotie. Zijn aanbidding van de geconsacreerde hostie verlegt de aandacht van de historische gebeurtenissen uit het leven van Christus naar diens blijvende sacramentele aanwezigheid in de liturgie. Daarmee vormt dit werk een logische voortzetting van het bestaande programma: dezelfde Christus die geboren werd, leed, stierf en verrees, is volgens de katholieke leer blijvend aanwezig in de eucharistie.

Grafkunst en hoop op de verrijzenis

Ook de beschilderde grafmonumenten van de familie Valenti, uitgevoerd door het atelier van Angelucci da Mevale aan het einde van de zestiende eeuw, maken deel uit van deze iconografische samenhang. Renaissancegrafmonumenten zijn niet uitsluitend herinneringsplaatsen, maar drukken tevens het geloof uit in de verrijzenis van het lichaam. Door de overledenen te verbinden met heiligen, Maria en Christus worden zij opgenomen in dezelfde heilsgeschiedenis die elders in de kerk wordt uitgebeeld. De grafkunst functioneert daarmee als een visuele verwoording van de hoop op eeuwig leven.

Een samenhangend theologisch programma

Gezamenlijk vormen de schilderingen, sculpturale elementen en altaarstukken van Santa Maria delle Lacrime een uitzonderlijk coherent iconografisch programma. De bezoeker passeert eerst het harmonische renaissanceportaal en betreedt vervolgens een ruimte waarin Maria voortdurend centraal staat: als uitverkoren moeder bij de Annunciatie, als moeder van de Verlosser bij de Aanbidding der Wijzen, als bedroefde moeder in de Kruisafneming en als hemelse voorspreekster die in haar wonderbeeld medelijden toont met de gelovigen. Rondom haar ontvouwt zich de volledige heilsgeschiedenis van Christus, terwijl heiligen als Ubaldus, Johannes de Doper, Antonius van Padua, Jozef, Petrus, Paulus en Augustinus de brug slaan tussen de Bijbelse geschiedenis, de Kerk en de lokale gemeenschap van Umbrië. Hierdoor is Santa Maria delle Lacrime niet slechts een verzameling renaissancekunstwerken, maar een zorgvuldig opgebouwd visueel-theologisch programma waarin architectuur, schilderkunst, liturgie en bedevaart elkaar wederzijds versterken.

Bronnen:
- Eigen waarnemingen ter plaatse van de kunstwerken en de architectuur van de kerk.
- Bestudering van de informatiepanelen en toelichtingsbordjes bij de kunstwerken in de kerk
- Giovanni Mariucci, Umbria da non perdere, Scala, 2010

- Wikipedia
- Keytoumbria.com

Giovanni di Giampietro da Venezia, Renaissance-portaal 1495–1498, Gevel van de kerk

Onbekende Umbrische meester, hoofdaltaar, oorspronkelijk gevel van het huis van Diotallevi di Antoni, Madonna delle Lacrime (1483). Foto: Wikipedia

Aanbidding der Wijzen met de heiligen Petrus en Paulus
Fresco van Perugino

Op de avond van 5 augustus 1485 zagen inwoners van Trevi hoe een afbeelding van de Madonna, geschilderd op de gevel van een boerderij, volgens de overlevering tranen van bloed huilde. Het nieuws van dit wonder verspreidde zich snel en leidde tot een sterke volksdevotie.

Aanvankelijk liet het stadsbestuur de afbeelding beschermen met een baldakijn. De voortdurende toestroom van pelgrims en de vele schenkingen maakten echter al spoedig de bouw van een volwaardig heiligdom noodzakelijk. In november 1485 werd de Toscaanse architect Francesco di Pietrasanta met het ontwerp belast; twee jaar later werd de eerste steen gelegd. Hoewel de bouw nog maar net was begonnen, kochten de inwoners van het nabijgelegen Bovara al in 1488 het patronaatsrecht van een eigen kapel, in afwachting van de voltooiing van het heiligdom.

In september 1521 werkte Pietro Vannucci (Perugino) in Trevi. De augustijnen van Sant'Agostino in Perugia lieten hem weten dat een deskundige het nieuwe hoogaltaarstuk zou beoordelen. Op 30 november kreeg hij uitstel voor de voltooiing van zijn werkzaamheden. Ook op 17 december 1521 verbleef hij nog in Trevi, waar hij als getuige optrad bij een notariële akte die in de kerk van de Madonna delle Lacrime werd opgesteld.

Perugino werkte aan de decoratie van de kapel die door de gemeenschap van Bovara was gesticht. Op 26 mei 1522 tekende hij, als Magister Petrus Cristofori de Castro Plebis, een ontvangstbewijs voor zestig van de tachtig overeengekomen florijnen voor de decoratie van de Kapel van de Drie Koningen (Epifania seu Magorum). Deze kapel bevindt zich als tweede aan de rechterzijde van het schip. Sinds 1679 is zij verbonden met de familie Valenti, waarvan het familiewapen op de sluitsteen van de boog is aangebracht.

Perugino signeerde zijn werk op de predella met de woorden:

PETRUS DE CASTRO PLEBIS PINXIT

In het gras onder de voorstelling bracht hij bovendien de volgende Latijnse opdracht aan de Maagd Maria aan:

Tu sola in terris genitrix et virgo fuisti; Regina in caelis tu quoque sola manes.

("Gij alleen waart op aarde zowel moeder als maagd; ook in de hemel blijft Gij als enige Koningin.")

De compositie bouwt voort op oplossingen die Perugino eerder met succes had toegepast. In Trevi plaatst hij zijn elegante figuren binnen een monumentale architectonische omlijsting die de indruk wekt van een klassieke triomfboog. De verwantschap met de vroege werken van Rafaël uit diens Umbrische periode is duidelijk herkenbaar. Deze stijl vond grote waardering in de steden van de Valle Umbra, mede dankzij Giovanni di Pietro, bijgenaamd Lo Spagna, die eveneens voor het heiligdom werkzaam was.

Bron: informatiebord Trevi – Heiligdom van de Madonna delle Lacrime, Santa Maria delle Lacrime 

Pietro Vannucci (Perugino), cappella di Bovara / Valenti, Adorazione dei Magi met de heiligen Petrus en Paulus (1521–1522)

Gedurende de negentiende eeuw werd dit fresco, geheel in de geest van de bewondering voor Perugino, beschouwd als een van de hoogtepunten van zijn late oeuvre. Kunsthistorici als Orsini, Ranghiasci en Mezzanotte prezen het als een karakteristiek voorbeeld van zijn verfijnde schilderkunst. Aan het begin van de twintigste eeuw kwam daarin verandering. Giovanni Battista Cavalcaselle schreef een groot deel van de uitvoering toe aan medewerkers uit Perugino's atelier, een opvatting die later werd overgenomen door Adolfo Venturi. Latere onderzoekers, onder wie Van Marle en Bernard Berenson, beschouwden het fresco daarentegen grotendeels als eigenhandig uitgevoerd, al wezen ook zij op de herhaling van composities die Perugino eerder had toegepast. De compositie sluit nauw aan bij de Aanbidding der Wijzen in Città della Pieve, zij het in een sterk vereenvoudigde vorm, met een soberder landschap en minder figuren. Het fresco heeft in de loop der eeuwen ernstige vochtschade opgelopen. Een restauratie uit 1923 bleek bovendien weinig gelukkig, waardoor de oorspronkelijke schildering verder werd aangetast. De kunsthistoricus Ettore Camesasca meende daarom dat verschillende achtergrondfiguren en enkele personages links door medewerkers uit Perugino's atelier zijn uitgevoerd.

Bron: informatiebord Schilderkunst in Umbrië ten tijde van Rafaël, Santa Maria delle Lacrime 

Giovanni di Pietro detto Lo Spagna, kapel van San Francesco, Deposizione di Cristo (Kruisafneming) ca. 1520

Giovanni di Pietro, genaamd Lo Spagna
Een Spaanse schilder tussen Perugino en Rafaël

Fresco's – Kerk van de Madonna delle Lacrime, Trevi

Reeds in 1518 gaven de reguliere kanunniken van het Lateraan, verbonden aan de kerk van de Madonna delle Lacrime, opdracht aan Giovanni di Pietro, beter bekend als Lo Spagna, om de kapel van Sint-Franciscus met fresco's te decoreren. De schilder voltooide het werk in 1520.

De decoratie omvat onder meer De Graflegging van Christus, Sint-Augustinus met portretten van de Lateraanse kanunniken en engelen, de heiligen Ubaldus en Jozef, en de profeten Jeremia en Jesaja.

Vooral de Graflegging van Christus laat zien hoe sterk Lo Spagna zich liet inspireren door Rafaëls beroemde Graflegging uit de Baglioni-kapel van de voormalige kerk San Francesco al Prato in Perugia (1507). Met name de figuur van Christus vertoont duidelijke overeenkomsten met het meesterwerk van de schilder uit Urbino.

Het fresco vormt zowel een eerbetoon aan Rafaël als een van de zeldzame voorbeelden waarin diens invloed rechtstreeks zichtbaar is binnen de Umbrische schilderkunst van het begin van de zestiende eeuw.

Bron: informatiebord Santa Maria delle Lacrime 

Orazio Alfani, Cappella della Resurrezione (ca. 1530)

Orazio Alfani, Cappella della Resurrezione, fresco's
(ca. 1530)

Fabio Angelucci da Mevale, Cappella di Sant’ Ubaldo, fresco's (laat 16e eeuw)

Onbekende beeldhouwers, Grafmonumenten nabij Perugino-kapel van de familie Valenti (16e eeuw) 

Onbekende beeldhouwers, Grafmonumenten bij de ingang van de familie Valenti
(16e eeuw)