
Sant'Agostino in Monte San Savino:
vijf eeuwen kunst en spiritualiteit
Een augustijnse kerk met een rijke kunstgeschiedenis
Aan de noordwestelijke rand van het historische centrum van Monte San Savino ligt de kerk van Sant'Agostino met het aangrenzende augustijnenklooster. Het complex behoort tot de belangrijkste religieuze monumenten van de stad en biedt een bijzonder overzicht van ruim drie eeuwen Toscaanse kunst. Laatgotische panelen, renaissanceschilderkunst en vroegbarokke decoraties vormen samen een harmonieus geheel, waarin de geschiedenis van de augustijnse gemeenschap zichtbaar blijft. De augustijnen vestigden zich hier in de dertiende eeuw. Hun kerk werd in de veertiende eeuw gebouwd als een sobere predikantskerk, geheel in de traditie van de bedelorden. De architect is onbekend, maar de eenvoudige opzet met een ruim schip weerspiegelt het ideaal van de orde: een functionele ruimte waarin de verkondiging van het geloof centraal stond. Dankzij de steun van vooraanstaande families werd de kerk in de eeuwen daarna verrijkt met nieuwe kapellen, altaarstukken en architectonische toevoegingen.
Andrea Sansovino en de renaissance
De belangrijkste vernieuwing vond plaats in het begin van de zestiende eeuw onder leiding van Andrea Sansovino (1467–1529), de beroemdste kunstenaar die Monte San Savino heeft voortgebracht. Rond 1525 ontwierp hij de elegante tramezzo, een loggia-achtige koorafscheiding met drie bogen op Ionische zuilen. Anders dan de gesloten middeleeuwse doksalen laat deze constructie het zicht op het koor grotendeels vrij en verbindt zij de gotische kerk met de heldere vormentaal van de renaissance. Ook de aangrenzende kloostergang werd naar zijn ontwerp gerealiseerd. De uitvoering door Domenico di Nanni Piffero en diens zoon Antonio in 1532 resulteerde in een harmonieuze arcade rond een vierkante binnenplaats, waar de monniken wandelden, studeerden en mediteerden. De regelmatige ritmiek van zuilen en bogen weerspiegelt de renaissancistische overtuiging dat schoonheid en orde bijdragen aan het geestelijke leven.
De vernieuwingscampagne werd voltooid met het glas-in-loodraam van Guglielmo de Marcillat en zijn leerling Maso Porro (1524–1525), waarop Sint Augustinus tussen twee engelen is afgebeeld. Het gekleurde licht dat door het oculus naar binnen valt, verleent het koor een bijzondere sfeer en vormt een prachtig samenspel tussen architectuur en glaskunst.
Van gotiek naar renaissance
De oudste schilderijen in de kerk dateren uit het einde van de veertiende en het begin van de vijftiende eeuw. Giovanni d'Agnolo di Balduccio schilderde omstreeks 1408 de Kruisiging en de panelen Aanbidding der Wijzen en Presentatie van Jezus in de Tempel. De sierlijke gotische stijl wordt hierin gecombineerd met een opvallende aandacht voor menselijke emotie en verhalende details.
Uit dezelfde periode stammen de Drievuldigheid en de Scènes uit het leven van San Lorenzo, beide afkomstig uit de Spinelliaanse school. De krachtige figuren en levendige composities sluiten aan bij de schildertraditie van Spinello Aretino, die in deze streek grote invloed uitoefende.
Een volgende stap in de ontwikkeling van de Toscaanse schilderkunst wordt zichtbaar in de Pietà met de heiligen Nicola da Tolentino, Ludovico di Tolosa, Giorgio, Jacopo en Monica van Paolo Schiavo (ca. 1439–1440). De kunstenaar combineert de verfijning van de gotiek met de ruimtelijkheid en natuurlijke figuurweergave van de vroege renaissance. De aanwezigheid van de augustijnse heiligen Nicola da Tolentino en Monica onderstreept de identiteit van de kloostergemeenschap.
Ook de Madonna in glorie met de heiligen Savino, Antonius de Abt, Hiëronymus en Sebastianus van Domenico Pecori sluit aan bij deze ontwikkeling. De monumentale opbouw en de rustige monumentaliteit van de figuren weerspiegelen de invloed van de renaissance, terwijl de keuze van de heiligen nauw verbonden is met de religieuze tradities van Monte San Savino.
Giorgio Vasari en de Contrareformatie
Een hoogtepunt vormt de Maria Hemelvaart en de heiligen Augustinus en Romuald van Giorgio Vasari uit 1539. De schilder, afkomstig uit Arezzo en bekend als auteur van de beroemde kunstenaarsbiografieën Le Vite, verenigt in dit altaarstuk de dynamiek van het maniërisme met een heldere religieuze boodschap. De opwaartse beweging van Maria wordt beantwoord door de aandachtige blikken van Augustinus en Romuald, waardoor hemel en aarde met elkaar worden verbonden.
Tijdens de Contrareformatie werd de kerk verder verrijkt met werken van Orazio Porta. Zijn Geboorte van Christus, Aanbidding van de Wijzen en Kroning van de Maagd Maria tussen de Heilige Lucia en de Heilige Catharina kenmerken zich door overzichtelijke composities en een heldere beeldtaal, geheel in overeenstemming met de vernieuwde opvattingen over religieuze kunst na het Concilie van Trente.
Uit de vroege zeventiende eeuw dateren bovendien de Annunciatie en de plafondschildering Heilige Geest van Ulisse Giocchi. Vooral de gewelfschildering versterkt de ruimtelijke werking van het interieur door de blik van de bezoeker naar het hemelse licht boven het schip te leiden.
Een monument van de Toscaanse kunst
San Agostino is meer dan een verzameling afzonderlijke kunstwerken. Kerk en klooster tonen de ontwikkeling van de Toscaanse kunst vanaf de late middeleeuwen tot in de vroege barok. De gotische schilderijen van Giovanni d'Agnolo di Balduccio en de Spinelliaanse school, de vroege renaissance van Paolo Schiavo, de architectuur van Andrea Sansovino, het monumentale altaarstuk van Giorgio Vasari en de latere werken van Orazio Porta en Ulisse Giocchi vormen samen een uitzonderlijk samenhangend geheel. Juist deze opeenvolging van stijlen maakt San Agostino tot een van de meest waardevolle monumenten van de Valdichiana. De kerk weerspiegelt niet alleen de grote ontwikkelingen binnen de Italiaanse kunst, maar vertelt ook het verhaal van de augustijnse gemeenschap en van Monte San Savino zelf. Daardoor vormt een bezoek aan kerk en klooster tegelijk een kennismaking met vijf eeuwen religieuze, artistieke en lokale geschiedenis.
Geraadpleegde bronnen:
- Eigen waarnemingen ter plaatse van de kunstwerken en de architectuur van de kerk
- Bestudering van de informatiepanelen en toelichtingsbordjes bij de kunstwerken in de kerk
- Wikipedia
Paolo Schiavo, Pietà met heiligen Sint-Nicolaas van Tolentino (Nicola da Tolentino) , Sint-Lodewijk van Toulouse (Ludovico di Tolosa), Sint-Joris (San Giorgio) , Sint-Jacobus de Meerdere (Giacomo il Maggiore / Jacopo), Sint-Monica (Santa Monica)
(ca. 1439–1440)
Giorgio Vasari, Maria Hemelvaart en de heiligen Augustinus en Romuald (1539)
Links: Orazio Porta, Geboorte van Christus (eind 16e / begin 17e eeuw) en rechts: Orazio Porta, Aanbidding van de Wijzen (eind 16e / begin 17e eeuw)
Orazio Porta (Monte San Savino, ca. 1560–1612)
De Geboorte van Christus
Olieverf op doek, 280 × 164 cm. Het schilderij is linksonder op een steen gesigneerd: "HORATIUS PORTA FACIEBAT." Net als de Aanbidding van de Wijzen, waarmee het dezelfde afmetingen heeft, wordt het al vermeld in de beschrijving van de kerk die een apostolisch visitator in 1583 opstelde. In 1772 schreef Restorelli beide schilderijen toe aan Orazio Porta uit Monte San Savino. Hij vermeldde dat zij zich aan weerszijden van het hoofdaltaar bevonden. Na de restauratie van 1974 is dit doek pas recent in de kerk teruggeplaatst. De exacte datering is onbekend, maar evenals de Aanbidding van de Wijzen zal het waarschijnlijk kort na Porta's laatste verblijf in Rome, rond 1577, zijn geschilderd. Het belangrijkste voorbeeld voor deze nachtelijke Geboorte lijkt opnieuw Giorgio Vasari te zijn. Tussen 1538 en 1553 schilderde hij twee versies van hetzelfde onderwerp: één voor de kerk van de Heiligen Donato en Iriano van het klooster van Camaldoli en één voor Pierantonio Bandini, tegenwoordig in de Galleria Borghese. Een derde versie bevindt zich in de Uffizi, afkomstig uit de collectie Del Vivo. Vooral aan het schilderij in de Galleria Borghese ontleende Porta het motief van de jubelende putti boven de wolken, die met hun stralende licht de duisternis doorbreken en zo het wonder van de geboorte van Christus benadrukken.
Aanbidding van de Wijzen
Olieverf op doek, 280 × 164 cm. Rechtsonder is de signatuur "OR. PO.F." aangebracht. Het schilderij werd al in 1583 vermeld door een apostolisch visitator en in 1772 door Restorelli aan Orazio Porta toegeschreven. De signatuur werd echter pas zichtbaar na de restauratie van 1974. Hoewel het werk ongedateerd is, ligt een datering kort na de Geboorte van Christus voor de hand, waarmee het qua formaat overeenkomt. Vermoedelijk ontstond het in dezelfde periode als de schilderijen Opstanding van Christus en Pinksteren. De Aanbidding van de Wijzen en de Geboorte van Christus bevonden zich lange tijd aan weerszijden van het hoofdaltaar.
Hoewel het schilderij doorgaans als bescheiden van kwaliteit wordt beschouwd, bezit het volgens kenners een "aangename, landelijke levendigheid" in de uitbeelding van de gebeurtenis. De iconografie weerspiegelt een voorstelling die in de tweede helft van de zestiende eeuw bijzonder populair was in Midden- en Zuid-Italië, mede onder invloed van de talrijke Vlaamse kunstenaars die daar werkzaam waren, zoals Cornelis Smet in Napels. De compositie heeft het karakter van een toneelvoorstelling: twee cherubijnen schuiven een gordijn opzij en onthullen een zorgvuldig uitgewerkt landschap. Zowel de atmosferische diepte als de naturalistische details zijn met veel aandacht weergegeven. Het tafereel wordt gedomineerd door monumentale ruïnes van duidelijk Romeinse oorsprong. Een datering tussen het einde van de jaren 1570 en het begin van de jaren 1580 wordt bovendien ondersteund door de invloed die Orazio Porta in Rome kan hebben ondergaan van de destijds wijdverspreide archeologische prenten van Jerónimus Cock.
Bron: informatiebord Sant'Agostino (vrij vertaald)
Orazio Porta, De Opstanding van Christus (1581)
foto: catalogo.beniculturali.it
(in restauratie mei 2026)
Orazio Porta (Monte San Savino, ca. 1560–1612)
De Opstanding van Christus
Olieverf op doek, 300 × 180 cm. Dankzij de ontdekking van het oorspronkelijke opdrachtcontract zijn zowel de datering als de oorspronkelijke bestemming van dit schilderij bekend. Het werd vervaardigd als pendant van het schilderij Pinksteren, dat tegenwoordig in de opslagruimten van de kerk wordt bewaard.
Beide werken werden al in oude reisbeschrijvingen van Monte San Savino genoemd en later uitvoerig door de achttiende-eeuwse geleerde Restorello Restorelli aan Orazio Porta toegeschreven. Restorelli beschreef ze in zijn manuscript over de geschiedenis van Monte San Savino en de vooraanstaande families van de stad.
De Augustijner monniken gaven Porta in juni 1581 opdracht beide schilderijen te vervaardigen ter aanvulling van het hoofdaltaar, dat sinds 1539 werd gedomineerd door Giorgio Vasari's grote Maria Hemelvaart met de heiligen Augustinus en Romuald. Tegelijkertijd kreeg Porta de opdracht een Heilige Drie-eenheid te schilderen voor het altaar van Sint-Sebastiaan. Dat werk is verloren gegaan.
Na zijn terugkeer uit Rome, waar hij tussen 1571 en 1577 meerdere malen werkzaam was en samenwerkte met Giorgio Vasari aan de Sala Regia en de Cappella di San Pietro Martire in het Vaticaan, toont Porta in De Opstanding sterker dan in Pinksteren de invloed van het Romeinse maniërisme.
Dat blijkt vooral uit de dynamische compositie, de gespannen, kronkelende houdingen van de soldaten en de dramatische lichtwerking. Mogelijk liet Porta zich daarbij inspireren door het werk van Marco Pino.
In Pinksteren blijft hij daarentegen dichter bij de iconografische en compositorische modellen die Vasari, samen met Vincenzo Borghini, ontwikkelde voor de altaarstukken die tussen 1568 en 1573 werden vervaardigd voor de vernieuwde inrichting van Florentijnse kerken.
Vooral Vasari's Pinksteren uit 1568 voor de Biffoli-kapel in de Santa Croce te Florence lijkt als voorbeeld te hebben gediend. Ook Porta verdeelt de compositie in twee registers: onderaan de Madonna, omringd door de apostelen, en daarboven een groep engelen en cherubijnen op de wolken. Anders dan bij Vasari zijn deze hemelse figuren echter ingetogener en rustiger weergegeven, geheel in overeenstemming met de soberder stijl die tegen het einde van de zestiende eeuw in zwang kwam.
Bron: informatiebord Sant'Agostino (vrij vertaald)
Domenico Pecori, Madonna in glorie met de heiligen Savino, Antonius de Abt, Hiëronymus en Sebastianus (16e eeuw)
Andrea Sansovino, loggia-achtig koorafscheiding, (tramezzo), bestaande uit drie bogen ondersteund door zuilen met Ionische kapitelen (ca. 1525)
In het midden bovenaan: Guglielmo de Marcillat en zijn leerling Maso Porro, glas-in-loodraam in het oculus, Sint Augustinus en twee engelen (1524-25)
Andrea Sansovino, architectuur loggia (ca. 1525)
Onderaan links en rechts: de twee werken van Giovanni D'Agnolo Di Balduccio
Guillaume de Marcillat en werkplaats
(Maso Porro en Michelangelo Urbani?)
Sint Augustinus op de troon met engelen
Glas-in-loodraam
Dit glas-in-loodraam bevindt zich in het oculus boven het hoofdportaal van de kerk. Het dateert uit 1524, de periode waarin de Franse glazenierskunstenaar Guillaume de Marcillat zich definitief in Arezzo had gevestigd. Daar vervaardigde hij de beroemde glas-in-loodramen en fresco's van de kathedraal.
Waarschijnlijk leverde Marcillat alleen het ontwerp voor dit raam. Zoals in zijn andere werken wordt de compositie gekenmerkt door een monumentaal classicisme dat sterk aan Raphael doet denken.
Opvallend is de majestueuze voorstelling van Sint Augustinus, die herinnert aan de pausen die Raphael en zijn leerlingen schilderden in de Zaal van Constantijn in de Vaticaanse Paleizen. Ook de architectonische achtergrond, met een nis, zuilen en klassieke ornamenten, sluit daarbij aan.
De uitvoering wordt echter toegeschreven aan Marcillats werkplaats, waartoe ook de Cortonese meesters Maso Porro en Michelangelo Urbani behoorden. Andere glas-in-loodramen van Maso Porro, onder meer in de kerk van San Biagio in Montepulciano en op verschillende plaatsen in Umbrië, vertonen duidelijke overeenkomsten met deze tondo uit Monte San Savino.
Bron: informatiebord Sant'Agostino (vrij vertaald)