Pinacoteca Comunale van Città di Castello:
Het artistieke geheugen van een stad

De Palazzo Vitelli alla Cannoniera is een van de mooiste zestiende-eeuwse stadspaleizen van Umbrië. Het werd gebouwd voor de machtige familie Vitelli en weerspiegelt de overgang van de middeleeuwen naar de renaissance. De elegante loggia's, harmonische proporties en beschilderde gevels tonen het streven van de familie om haar politieke en militaire macht te verbinden met de humanistische cultuur. Tegenwoordig huisvest het de Pinacoteca Comunale, waar de artistieke geschiedenis van Città di Castello van de vroege veertiende tot de zeventiende eeuw vrijwel volledig is te volgen. Bijzonder is dat bijna alle werken afkomstig zijn uit kerken van de stad zelf, waardoor het museum niet alleen een kunstcollectie is, maar ook een bewaard gebleven religieuze topografie van het oude Città di Castello.

Een museum als spiegel van de stad

Wie de Pinacoteca Comunale van Città di Castello bezoekt, maakt een reis door bijna drie eeuwen Italiaanse schilderkunst. De collectie is geen toevallige verzameling, maar het artistieke geheugen van de stad. Vrijwel alle schilderijen en sculpturen zijn afkomstig uit kerken, kloosters, broederschappen en liefdadigheidsinstellingen van Città di Castello en blijven daardoor verbonden met de plaatsen waarvoor zij werden gemaakt. Samen laten zij zien hoe generaties kunstenaars hetzelfde christelijke geloof steeds opnieuw verbeeldden, van de plechtige middeleeuwse icoon via de harmonische renaissance tot de bewogen spiritualiteit van de Contrareformatie.

Ook het gebouw waarin de collectie is ondergebracht, maakt deel uit van dit verhaal. De Pinacoteca bevindt zich in het zestiende-eeuwse Palazzo Vitelli alla Cannoniera, een van de belangrijkste renaissancepaleizen van de stad. Het ontwerp wordt toegeschreven aan Antonio da Sangallo de Jongere, terwijl Giorgio Vasari verantwoordelijk was voor delen van het decoratieve programma. De rijke interieurdecoraties werden grotendeels uitgevoerd door Cristoforo Gherardi en andere kunstenaars uit Vasari's werkplaats. Daarnaast zijn er fresco's van Nicola Filotesio, beter bekend als Cola dell'Amatrice, en/of zijn werkplaats. Zo weerspiegelt niet alleen de collectie, maar ook het palazzo zelf de artistieke ambities van de renaissance.

Van middeleeuwen naar Contrareformatie

De ontwikkeling van de collectie begint met de monumentale Madonna in trono col Bambino, sei angeli ed un domenicano, die de Maestro di Città di Castello aan het begin van de veertiende eeuw schilderde voor de Chiesa della Carità. De naam van de kunstenaar is verloren gegaan, maar zijn werk toont hoe sterk de Byzantijnse traditie nog in Umbrië doorwerkte. Maria verschijnt als Koningin van de Hemel en Sedes Sapientiae, de Troon der Wijsheid waarop Christus, de vleesgeworden goddelijke Wijsheid, plaatsneemt. De gouden achtergrond heft de voorstelling boven de aardse werkelijkheid uit, terwijl de zes engelen de symmetrische compositie versterken. De beschouwer krijgt zo geen historisch tafereel te zien, maar een beeld van de eeuwigheid.

In de vijftiende eeuw maakt deze plechtige beeldtaal geleidelijk plaats voor de verfijnde elegantie van de internationale gotiek. Het Paneel van een Drieluik uit 1412, afkomstig uit de Duomo en geschilderd door Giorgio d'Andrea di Bartolo en Giacomo di Ser Michele Castellano, toont slanke heiligen, sierlijk vallende gewaden en rijk vergulde ornamenten. Het anonieme Ognissanti-drieluik uit 1417, afkomstig uit de Chiesa di Ognissanti, brengt Maria en Christus samen met een gemeenschap van heiligen, die aan hun attributen herkenbaar zijn. De schilder maakt daarmee zowel de afzonderlijke heiligen als de eenheid van de hemelse Kerk zichtbaar.

Met het San Bartolomeo-drieluik van Antonio Alberti da Ferrara, rond 1430 geschilderd voor de kerk van San Bartolomeo, bereikt deze internationale gotiek haar hoogtepunt. Alberti bracht de verfijnde hofcultuur van Ferrara naar Umbrië. De apostel Bartholomeüs is herkenbaar aan het mes waarmee hij volgens de overlevering werd gevild. Het martelwerktuig oogt echter nauwelijks gruwelijk en wordt eerder een teken van zijn overwinning op het lijden. Daarmee verschuift de aandacht van de dood naar de hoop op verrijzenis.

Tegelijkertijd kondigt zich een nieuwe beeldtaal aan. De Kruisiging van Pietro Donini, afkomstig uit het Palazzo del Comune en ontstaan aan het begin van de vijftiende eeuw, volgt nog de middeleeuwse iconografie, maar geeft de menselijke emotie meer ruimte. Maria en Johannes worden niet alleen als symbolische figuren voorgesteld; hun stille verdriet maakt hen herkenbaar als mensen van vlees en bloed. Daarmee zet de schilderkunst een eerste stap naar het humanisme van de renaissance.

Met Domenico Ghirlandaio en zijn atelier komt de Florentijnse renaissance in Città di Castello tot uitdrukking. In de Coronation of the Virgin (rond 1486), afkomstig uit het klooster van Santa Cecilia in Paradiso, wordt Maria door Christus tot Koningin van de Hemel gekroond, omringd door engelen en heiligen. De figuren bevinden zich niet langer in een abstracte gouden ruimte, maar in een overtuigend opgebouwde architectonische omgeving. Devotie en menselijke waardigheid gaan hier samen.

De renaissance bereikt haar volle bloei met Luca Signorelli, de belangrijkste kunstenaar die in Città di Castello werkte. In het Martelaarschap van Sint Sebastiaan (1498), oorspronkelijk voor San Domenico geschilderd, verschijnt de heilige als een bijna klassieke held. Zijn krachtige anatomie en innerlijke rust verbinden lichamelijke schoonheid met geestelijke kracht. Ook de Pala di Cecilia (1516), afkomstig uit de Chiesa di Santa Cecilia, laat zien hoe architectuur, licht en figuren tot een harmonieus geheel worden samengebracht.

De invloed van Signorelli is zichtbaar in het Martelaarschap van Sint Sebastiaan (1524) van Giacomo di Milano, die hetzelfde onderwerp dramatischer benadert. Francesco Tifernate vertegenwoordigt vervolgens de bloei van de plaatselijke Umbrische renaissance. Zijn Annunciatie (ca. 1505), afkomstig uit San Domenico, is een voorbeeld van de rustige Umbrische schilderkunst. De witte lelie verwijst naar Maria's maagdelijkheid en de lichtstraal uit de hemel naar de menswording van Christus. In zijn Ognissanti-altaarstuk (ca. 1504) benadrukt hij de eenheid van de gemeenschap der heiligen rondom Maria.

Via Raffaellino del Colle bereikt vervolgens de klassieke vormentaal van Raphael Città di Castello. Als medewerker van Raphael bracht hij diens harmonische stijl naar Umbrië. Zijn Annunciatie (ca. 1528) en Kruisafneming (ca. 1552), beide afkomstig uit Santa Maria delle Grazie, combineren een overtuigend perspectief met een grote menselijke gevoeligheid. Vooral in de Kruisafneming spreken de subtiele handgebaren en lichaamshoudingen een krachtige beeldtaal.

Religieuze kunst was echter niet alleen voor kerken bestemd. De twee werken van Gerino da Pistoia uit het Ospedale della Carità herinneren aan de belangrijke rol van kunst in ziekenhuizen en liefdadigheidsinstellingen. In de Madonna della Misericordia spreidt Maria haar beschermende mantel uit over geestelijken en burgers en symboliseert zij de zorg voor de gehele gemeenschap. Christus gekruisigd met Maria en Johannes benadrukt naast het lijden vooral de hoop op verlossing.

Na het Concilie van Trente verandert de religieuze beeldtaal opnieuw. Het Martelaarschap van Sint Stefanus (1570) van Nicolò Circignani, beter bekend als Pomarancio, laat zien hoe kunst steeds sterker werd ingezet om geloofservaring en emotie op te roepen. Terwijl de stenen hem treffen, richt Stefanus zijn blik omhoog naar de geopende hemel. Het martelaarschap wordt zo een aangrijpende geloofsbelijdenis waarin lijden en spirituele overtuiging samenvallen.

Een bijzonder slot van deze ontwikkeling vormen de geglazuurde terracotta's van Andrea della Robbia, afkomstig uit de kerk van San Giovanni Battista. Dankzij de vernieuwende tinglazuurtechniek behielden de reliëfs eeuwenlang hun heldere kleuren. In de Aanbidding der Herders erkennen eenvoudige herders als eersten de pasgeboren Christus, terwijl de Tenhemelopneming van Maria haar verheffing tot Koningin van de Hemel verbeeldt. Het stralende wit van de figuren tegen de diepblauwe achtergrond verleent beide werken een tijdloze schoonheid.

De Pinacoteca Comunale bewaart daarmee niet alleen een reeks belangrijke kunstwerken, maar ook het artistieke en religieuze geheugen van Città di Castello. Van de gouden, tijdloze wereld van de middeleeuwen via de verfijning en harmonie van de renaissance tot de emotionele geloofstaal van de Contrareformatie laat de collectie zien hoe iedere generatie het onzichtbare opnieuw zichtbaar probeerde te maken. Juist doordat de werken afkomstig zijn uit de kerken en instellingen van de stad, vertellen zij niet alleen de geschiedenis van de Italiaanse kunst, maar ook die van de gemeenschap die deze kunst eeuwenlang heeft laten maken, gebruikt en bewaard.

Bronnen:
- Eigen waarnemingen ter plaatse van de kunstwerken en de architectuur van het museum
- Bestudering van de informatiepanelen en toelichtingsbordjes bij de kunstwerken van het museum
- Catalogi van de Pinacoteca Comunale di Palazzo Vitelli alla Cannoniera en publicaties over de collectie. 
- Monografieën over Raphael, Luca Signorelli en Giorgio Vasari
- Wikipedia
- Keytoumbria.com

Meastro di Citta di Castello, Madonna in trono col Bambino, sei angeli ed un domenieano (begin 14e eeuw) Herkomst: Chiesa della Carita

Giorgio d’ Andrea di Bartolo and Giacomo di Ser Michele Castellano, Panel from a Triptych (1412)
Herkomst: Duomo

Anoniem, Ognissanti Triptych (1417 )
Herkomst: Chiesa di Ognissanti 

Antonio Alberti da Ferrara, San Bartolomeo Triptych (ca. 1430) Herkomst: San Bartolomeo, it was moved to the Vitelli Chapel in San Francesco in 1921
and to the gallery in 1931

Pietro Donini, Kruisiging (begin 15e eeuw)
Herkomst: Palazzo del Comune

Domenico Ghirlandaio (en assistenten), Coronation of the Virgin (rond 1486)
Herkomst: klooster van Santa Cecilia in Paradiso

Luca Signorelli, Martyrdom of St Sebastian (1498) Herkomst: San Domenico

Luca Signorelli, Pala di Cecilia (1516)
Herkomst: Chiesa di Santa Cecelia

Giacomo di Milano, Martyrdom of St Sebastian (1524) Herkomst: San Domenico

Raffaellino del Colle
Rechts: Annunciation (ca. 1528) Herkomst: Santa Maria delle Grazie
Links: Deposition (ca. 1552) Herkomst: Santa Maria delle Grazie

Gerino da Pisoia, Cristo crocifisso con la Madonna e San Giovanni Evangelista (16e eeuw)
Herkomst: Ospedale della Carita

Gerino da Pisoia, Madonna della Misericordia (16e eeuw) Herkomst: Ospedale della Carita

Nicolò Circignani (Pomarancio), Martyrdom of St Stephen (1570) Herkomst: Chiesa di San Francesco

Francesco Tifernate, Annunciation (ca. 1505)
Herkomst: San Domenico

Francesco Tifernate, Ognissanti Altarpiece (ca. 1504) Herkomst: Chiesa di Ognissanti.

Andrea della Robbia, Adoration of the Shepherds (begin 16e eeuw) Herkomst: San Giovanni Battista 

Andrea della Robbia, Assumption of the Virgin (begin 16e eeuw) Herkomst: San Giovanni Battista 

Andrea della Robbia, Madonna and Child with angels and putti (begin 16e eeuw) Herkomst: San Giovanni Battista 

Filotesio Nicola (Cola dell'Amatrice), Phyllis rijdt op Aristoteles en plafond (1535-1545)

Filotesio Nicola (Cola dell'Amatrice), trap, gewelf van een overloop, Apollo, de Muzen en Heraldische Symbolen van Alessandro Vitelli en Angela dei Rossi di San Secondo, De strijd tussen Apollo en Marsyas, Marsyas levend gevild, Apollo doodt Python, De straf van Midas, De strijd tussen Apollo en Pan, Apollo en Daphne (1535-1545)

Onderste en middelste registers van de noord- en oostwand: Cristofano Gherardi, il Doceno, landschapsscènes in fictieve kaders, met honden en andere dieren (1537) 

Boven: Filotesio Nicola (Cola dell'Amatrice), Verhalen van Caesar (1543-1545)

Onderste en middelste registers van de noord- en oostwand: Cristofano Gherardi, il Doceno, landschapsscènes in fictieve kaders, met honden en andere dieren (1537) 

Boven: Filotesio Nicola (Cola dell'Amatrice), Verhalen van Caesar (1543-1545)

De monumentale trap: tweede trapvlucht
Cola dell'Amatrice (Nicola Filotesio) en zijn atelier

Het tongewelf van de tweede trapvlucht is rijk gedecoreerd met rankornamenten (racemi), grotesken, maskers, eenhoorns en heraldische emblemen van het huis Farnese. Samen met de figuratieve voorstellingen op de opeenvolgende bordessen vormen deze decoraties een samenhangend iconografisch programma waarin mythologie, allegorie en heraldiek worden verbonden met de geschiedenis en de ambities van de familie Vitelli.

Het gewelf boven het derde bordes is verdeeld in vier gewelfvelden. De drie lunetten daaronder verbeelden volgens A. Ronen de triomf van de liefde. Afgebeeld zijn de wijze Salomo, die door zijn Edomitische vrouw wordt verleid een heidense godheid te vereren; Hercules, die door Omphale wordt aangezet vrouwelijke werkzaamheden, zoals het spinnen, te verrichten; en de filosoof Aristoteles, die door de courtisane Phyllis wordt bereden. In alle drie de scènes overwint de liefde de rede, de kracht en de wijsheid.

C. Rosini bracht deze voorstellingen in verband met de huwelijksbestemming van het paleis. A. Ronen werkte deze interpretatie verder uit en zag in het programma tevens een verwijzing naar de liefde van Alessandro Vitelli voor zijn echtgenote, of mogelijk zijn geliefde, de legendarische en beeldschone Laura.

Het tongewelf van de tweede trapvlucht is bekleed met natuurstenen platen. Langs de bovenzijde loopt een fries met medaillons waarin beroemde liefdesparen uit de klassieke oudheid zijn voorgesteld. Rechts bevinden zich Catullus en Sabina, Marcus Aurelius en Faustina, en Vergilius en Lydia; links Ovidius en Corinna, Pompeius en Cornelia, en Antonius en Cleopatra. Ook deze reeks maakt deel uit van het huwelijksprogramma en vormt een eerbetoon aan Alessandro Vitelli en Angela (Paola) Rossi di San Secondo.

Het gewelf boven het vierde bordes is eveneens verdeeld in vier gewelfvelden. Hier zijn paren kalveren afgebeeld – het sprekende heraldische embleem van de familie Vitelli – afgewisseld met paren leeuwen, het familiewapen van de Rossi di San Secondo. De dieren worden bereden door putti die de halve maan, eveneens een embleem van de Vitelli, vasthouden. In de lunetten daaronder zijn, binnen ronde medaillons, Mercurius en Mars voorgesteld: Mercurius als beschermgod van de handel en Mars als god van de oorlog, een verwijzing naar de twee pijlers waarop de macht en het aanzien van de familie Vitelli berustten. In de lunette van de oostwand bevindt zich een geschilderde gedenkplaat met de inscriptie:

PAULA PARMENSIS SUO CUM CONJUGE
QUIETI PROPRIAE ET PARENTUM
EREXERUNT
NE NOMINIS ET VIRTUTIS MEMORIA
PEREAT.

De fresco's van de tweede trapvlucht verkeren tegenwoordig in een matige staat van conservering en zijn op diverse plaatsen sterk overschilderd. Op stilistische gronden zijn zij door L. Teza (1987) toegeschreven aan de uit Abruzzo afkomstige schilder Cola dell'Amatrice (Nicola Filotesio) en zijn atelier.

Bron: informatiebord inacoteca Comunale van Città di Castello

Kamer XI – Tweede salon

De grote ontvangstzaal, samen met de aangrenzende kamers IX en X, ontstond tijdens de uitbreiding van het Palazzo Vitelli, die in 1543 onder Alessandro Vitelli werd voltooid.

Op de wanden zijn twee opeenvolgende decoratiefasen te onderscheiden. De oudste, die volgens een inscriptie uit 1537 dateert, wordt toegeschreven aan Cristofano Gherardi en zijn atelier. De latere schilderingen zijn uitgevoerd door Cola dell'Amatrice (Nicola Filotesio) en zijn medewerkers, vermoedelijk kort na de uitbreiding van het paleis in 1543.

Van de eerste decoratiefase zijn op de oost- en noordwand nog delen bewaard gebleven. Deze omvatten een architectonisch geschilderde onderbouw met panelen waarin dieren zijn afgebeeld, daarboven een zone met grotesken die landschappen omlijsten en, daarboven, een vrijwel verloren gegane monochrome fries met historische voorstellingen. De fries werd oorspronkelijk afgesloten door festoenen en stierenkoppen (bucrania), een decoratief motief dat ontleend is aan de klassieke oudheid.

R. Guerrini heeft de iconografie van de tweede fries, geschilderd door Cola dell'Amatrice en zijn atelier, nader onderzocht. De voorstellingen vertellen episoden uit het leven van Hannibal, Scipio Africanus, Julius Caesar en Alexander de Grote. Deze historische figuren golden als voorbeelden van militaire bekwaamheid, leiderschap en deugd en vormden daarmee een passend moreel voorbeeld voor Alessandro Vitelli.

Volgens Guerrini staat deze decoratie niet op zichzelf, maar maakt zij deel uit van een bredere ontwikkeling binnen de Italiaanse renaissancekunst. Vanaf het midden van de zestiende eeuw ontstonden steeds vaker monumentale schildercycli die volledig waren gewijd aan de daden van één historische held of van een vooraanstaande familie. Vergelijkbare programma's zijn onder meer te vinden in de Farnesina (de verhalen van Alexander), het Palazzo dei Conservatori (de verhalen van Hannibal en de Scipio-fries), Palazzo Santoro (de verhalen van Caesar en Trajanus), het bisschoppelijk paleis van Ostia (de verhalen van Trajanus), Palazzo Massimo alle Colonne (de geschiedenis van de familie Fabia), de Sala Paolina in Castel Sant'Angelo (de verhalen van Alexander) en de abdij van Grottaferrata (episoden uit het leven van Fabius Maximus).

L. Teza, die de fresco's bestudeerde voor de catalogus van de Pinacoteca Comunale, meent dat de directe hand van Cola dell'Amatrice vooral herkenbaar is in de eerste taferelen van de cyclus, op de oost- en zuidwand. De overige scènes, die zich over de west- en noordwand uitstrekken en de reeks weer sluiten op de oostwand, zouden grotendeels door ateliermedewerkers zijn uitgevoerd. Teza wijst daarbij op de enigszins stijve, mechanische figuren en de schematische tekenwijze, die overeenkomsten vertonen met de schilderingen van de episodes uit het leven van Apollo op het gewelf van de monumentale trap en met de voorstelling van Saturnus op de tweede trapvlucht.

Midden in de zaal staan twee monumentale reftertafels uit de zeventiende eeuw, vervaardigd uit gesneden walnotenhout. Volgens een lokale overlevering zijn zij afkomstig uit de refter van het voormalige franciscanenklooster van San Francesco in Città di Castello. Hoewel dit niet met zekerheid kan worden aangetoond, worden de tafels algemeen beschouwd als werk van ambachtslieden uit Midden-Italië, mogelijk zelfs uit Città di Castello zelf.

Bron: informatiebord inacoteca Comunale van Città di Castello