Museo della Pieve di San Giuliano:
De kunstschat van Castiglion Fiorentino

Van parochiekerk naar museum

Het Museo della Pieve di San Giuliano is ondergebracht in de voormalige Pieve Vecchia, de oude parochiekerk van Castiglion Fiorentino, waarvan de bouw in 1452 begon. Nadat in de negentiende eeuw de nieuwe Collegiata was voltooid, bleef de oude kerk behouden en werd zij in 2006 als museum ingericht. De oorspronkelijke liturgische ruimte bleef zoveel mogelijk intact. De collectie vormt geen willekeurige verzameling kunstwerken, maar weerspiegelt de geschiedenis van de kerk en de ontwikkeling van de religieuze kunst in Toscane van de vijftiende tot de achttiende eeuw.

De oudste werken behoren tot de periode waarin de nieuwe kerk haar plaats kreeg binnen het religieuze leven van Castiglion Fiorentino. Een belangrijk voorbeeld is de Madonna met Kind, tronend tussen de heiligen Stefanus en Bartholomeus van Agnolo di Lorentino uit het begin van de zestiende eeuw. Maria verschijnt als de Sedes Sapientiae, de Troon der Wijsheid, terwijl Stefanus en Bartholomeus verwijzen naar de kerkelijke traditie. De evenwichtige compositie en heldere kleuren laten zien hoe de laatmiddeleeuwse beeldtraditie zich inmiddels met de idealen van de Toscaanse renaissance vermengde.

Tot deze vroege periode behoren ook de twee bewaard gebleven predellapanelen van Bartolomeo della Gatta uit 1486. Zij maakten oorspronkelijk deel uit van het altaarstuk van de Collegiata di San Giuliano en verbeelden scènes uit de legende van Sint Julianus. De oorspronkelijke predella bestond uit vier panelen, maar de twee andere voorstellingen, de aankomst van Julians ouders en hun dood door de hand van hun nietsvermoedende zoon, gingen aan het begin van de twintigste eeuw door diefstal verloren. De twee bewaard gebleven scènes tonen eerst hoe Julians vader probeert zijn pasgeboren zoon te doden en vervolgens hoe Julianus, nadat hij onbewust zijn ouders heeft gedood, in berouw neerknielt voor een melaatse pelgrim die zich als een goddelijke boodschapper openbaart. De dramatische legende wordt hier verbonden met thema’s als schuld, berouw, boete en vergeving.

Aan het begin van de zestiende eeuw krijgt de collectie een uitgesproken renaissancistisch karakter. Andrea della Robbia’s Battesimo di Gesù uit 1520 verbeeldt de doop van Christus als het begin van zijn openbare optreden en verwijst tegelijkertijd naar het sacrament dat een centrale plaats innam in het leven van de parochie. Het rijk versierde houten deksel van het doopvont uit 1629 behoort tot een latere fase, maar sluit inhoudelijk rechtstreeks bij dit thema aan. Samen herinneren zij aan de oorspronkelijke liturgische functie van de ruimte.

Een ander hoogtepunt uit deze periode is Luca Signorelli’s Compianto sul Cristo Morto, geschilderd tussen 1505 en 1507. Het werk behoort tot zijn belangrijkste religieuze schilderijen en laat de krachtige anatomie en emotionele intensiteit zien die kenmerkend zijn voor zijn kunst. Het lijden van Christus krijgt hier een monumentale en aangrijpende vorm. Een achttiende-eeuwse Deposizione van een navolger van Signorelli laat zien hoe deze beeldtaal veel later nog doorwerkte.

In de zeventiende eeuw verandert de religieuze beeldtaal onder invloed van de Contrareformatie. Kunst moest niet alleen een verhaal vertellen, maar de gelovige ook rechtstreeks aanspreken en tot devotie en meditatie aanzetten. Niccolò di Smeraldo Salvi vervaardigde het monumentale Crocifisso en de sculptuur Cristo alla Colonna, die door Michelangelo Tizzi werden beschilderd. De nadruk op het lichamelijke lijden van Christus sluit nauw aan bij deze nieuwe devotionele praktijk.

Ook de schilderijen uit de voormalige kerk van de Santissima Annunziata behoren tot deze ontwikkeling. Ottavio Vannini schilderde een monumentale Annunciazione, terwijl Salvi Castellucci de aartsengel Michaël, Johannes de Doper en Hiëronymus afbeeldde. De werken brengen verschillende aspecten van het christelijke geloof samen: de Menswording, de verkondiging van het Evangelie en de bescherming tegen het kwaad.

In dezelfde zeventiende eeuw ontstond de voormalige Cappella di San Francesco e San Donnino als een uitgesproken voorbeeld van deze nieuwe religieuze kunst. Ridder Benedetto Dragomanni liet de kapel in 1632 rijk versieren met verguld en polychroom stucwerk. De kapel werd gewijd aan Franciscus van Assisi en aan de in Toscane vereerde martelaar Sint Donnino. Het altaarschilderij Nicolaas V ontdekt het lichaam van Sint Franciscus van Bernardino Santini stelt Franciscus voor als heilige die navolging en nederigheid belichaamt. De kapel werd later als parochiearchief gebruikt, maar is inmiddels gerestaureerd en opnieuw als onderdeel van het museum toegankelijk. Twee monumentale doeken versterken het programma: De Kroning met Doornen van Agostino Melissi en De Geseling van Francesco Morosini, beide waarschijnlijk afkomstig uit het Florentijnse atelier van Giovanni Bilivert. Hierdoor wordt de verbondenheid tussen Franciscus en het lijden van Christus opnieuw benadrukt.

De ontwikkeling eindigt in de achttiende eeuw met de fresco’s van Niccolò Lapi in de koorkapel. In Christus en Veronica staat het mededogen met de lijdende Christus centraal, terwijl De Verheffing van het Kruis het lijden verbindt met de uiteindelijke overwinning van de verrijzenis. De religieuze betekenis van de collectie krijgt hier een afronding: de Passie is niet het eindpunt, maar maakt deel uit van het grotere verhaal van verlossing.

Het Museo della Pieve di San Giuliano laat zien hoe de religieuze kunst van Castiglion Fiorentino zich vanaf de late vijftiende eeuw ontwikkelde van renaissance naar de meer emotionele beeldtaal van de Contrareformatie en de achttiende eeuw. Omdat de werken binnen de oorspronkelijke kerkelijke ruimte zijn samengebracht, blijft niet alleen hun artistieke ontwikkeling zichtbaar, maar ook de liturgische en devotionele context waarvoor zij werden gemaakt. Zo vormt het museum een bijzonder getuigenis van de wisselwerking tussen kunst, geloof en lokale geschiedenis.

Geraadpleegde bronnen:
- Pinacoteca Comunale e Museo della Pieve di San Giuliano a Castiglion Fiorentino, a cura di Sabrina Massini, Guida alla visita dei musei e alla scoperta del territorio, 2012
- Eigen waarnemingen ter plaatse van de kunstwerken en de architectuur van de kerk
- Bestudering van de informatiepanelen en toelichtingsbordjes bij de kunstwerken in de kerk
- Brochure: Musea della Pieve di San Giuliano, Associazione

Bartolomeo della Gatta, predella's, De vader probeert het kind Julianus te doden; Sint Julianus knielt voor een melaatse pelgrim, 1486

La Cappella di San Francesco e San Donnino

Links: Francesco Morosini, La flagellazione (1640-1646), midden: Bernardino Santini, Cappella di San Francesco, Papa Niccolò V ritrova il corpo di san Francesco d'Assisi (1632) en rechts: Agistino Melissi, L'Incoronazione di spine (1640-1646)

Cappella di San Francesco e San Donnino

De voormalige Cappella di San Francesco e San Donnino is gewijd aan Sint Franciscus van Assisi en Sint Donnino, een ridder en martelaar die in 304 werd onthoofd. Zijn relieken worden bewaard in San Donnino bij Parma. In Toscane wordt hij bijzonder vereerd als beschermer tegen hondsdolheid, waardoor vele kerken aan hem zijn toegewijd. In 1632 liet ridder Benedetto Dragomanni de kapel verfraaien met verguld en polychroom stucwerk. Kort erna werd het altaarschilderij Nicolaas V ontdekt het lichaam van Sint Franciscus, toegeschreven aan Bernardino Santini (Arezzo, 1593 – na 1652), aangebracht. Het doek, dat later als afsluiting van het hoogaltaar werd gebruikt, liep schade op door een ondeskundige reiniging in 1814. Dankzij de restauratie van 1999 kwamen de oorspronkelijke picturale kwaliteiten opnieuw aan het licht, die Santini de reputatie bezorgden van een "mystiek-naturalistisch" schilder.

Na een verbouwing in 1840 werd de kapel ingericht als parochiearchief. Deze functie behield zij tot de recente restauratie, waarbij het archief werd ondergebracht in een nieuwe ruimte naast het museum. Tijdens dezelfde restauratie werden op de zijwanden twee monumentale doeken geplaatst: De Kroning met Doornen, toegeschreven aan Agostino Melissi (Florence, ca. 1616–1683), en De Geseling, toegeschreven aan Francesco Morosini (Montepulciano, ca. 1600 – Florence, 1646). Beide werken dateren waarschijnlijk uit de jaren 1640 en zijn vermoedelijk afkomstig uit het vooraanstaande Florentijnse atelier van Giovanni Bilivert. Ze combineren laat-manieristische elementen met Vlaamse caravaggistische invloeden en een krachtige plastische vormgeving. Vooral Melissi's Kroning met Doornen onderscheidt zich door zijn sterke tekenkunst, het dramatische licht-donkercontrast en de intens religieuze expressie. Samen nodigen deze werken uit tot beschouwing van Christus' lijden en van Franciscus als voorbeeld van nederigheid en navolging.

Bron: informatiebord Museo della Pieve di San Giuliano (vrij vertaald).

Bernardino Santini, Cappella di San Francesco, Papa Niccolò V ritrova il corpo di san Francesco d'Assisi (1632)

Cappella del SS. Sacramento

De doop in de heilsgeschiedenis

Sinds de apostolische tijd verbindt de Kerk gelovigen met Christus door het sacrament van de doop. Zoals de apostel Paulus schrijft: "Wij allen die in Christus Jezus gedoopt zijn, zijn in zijn dood gedoopt. Door de doop zijn wij met Hem begraven, opdat wij, zoals Christus uit de doden is opgewekt, ook een nieuw leven zouden leiden." De doop heeft een uitgesproken paaskarakter: door onderdompeling in en verrijzenis uit het water delen de dopelingen in Christus' dood en verrijzenis en worden zij opgenomen in het volk van God. Oorspronkelijk werd de doop door volledige onderdompeling toegediend, vooral aan volwassenen; later werd ook de kinderdoop ingevoerd door begieting met water uit het doopvont.

De kapel van het Heilig Sacrament

De kapel kende in de loop der eeuwen verschillende functies en namen: aanvankelijk de kapel van Sint-Carolus, vanaf 1684 die van Sint-Michaël en uiteindelijk die van het Heilig Sacrament. Het stenen altaar met beschilderd stucwerk dateert uit het begin van de zeventiende eeuw. Het bevat een geglazuurd terracotta reliëf van De Doop van Christus, afkomstig uit het atelier van de familie Della Robbia. Het werk werd in 1894 vanuit de voormalige jezuïetenkerk naar deze kapel overgebracht, nadat het eerder uit de doopkapel van de Pieve was verplaatst. De kapel zelf was al in 1608 op initiatief van monseigneur Gioia Dragomanni verfraaid met verguld stucwerk.

Centraal staat een stenen doopvont uit de tweede helft van de vijftiende eeuw, vervaardigd in opdracht van Teodora Visconti, waarvan het familiewapen en de initialen nog zichtbaar zijn. De vergulde, piramidevormige deksel van notenhout werd in 1629 toegevoegd. Volgens de achttiende-eeuwse kanunnik G.F. Andreocci werd ook het terracotta reliëf in opdracht van Teodora vervaardigd. Op grond van de datering en stilistische kenmerken wordt het tegenwoordig vaak toegeschreven aan Andrea della Robbia (1435–1525).

Aan de rechterwand bevindt zich De Bewening van Christus, een fresco van Luca Signorelli, reeds door Vasari vermeld. Hoewel deze scène niet voorkomt in de evangeliën, groeide zij in de late middeleeuwen uit tot een geliefd onderwerp in de religieuze kunst. Na het Concilie van Trente raakte deze iconografie echter grotendeels in onbruik.

De oorspronkelijke locatie van het fresco is onbekend. Bij de herinrichting van de kerk in 1894 werd de voormalige Sacramentskapel ingericht als doopkapel en het priesterkoor als museumruimte. Sindsdien hebben verschillende kunsthistorici uiteenlopende theorieën ontwikkeld over de oorspronkelijke plaats van het werk. Eveneens bestaat discussie over de datering, maar de meeste onderzoekers plaatsen het fresco overtuigend in de jaren 1480. Stilistische overeenkomsten met Signorelli's werk in de Sixtijnse Kapel ondersteunen deze datering. In dezelfde periode werkte ook Bartolomeo della Gatta in Castiglion Fiorentino, waardoor het aannemelijk is dat beide kunstenaars elkaar opnieuw ontmoetten en mogelijk voor dezelfde opdrachtgever werkzaam waren.

Tegenover het fresco hangt een Kruisafneming, waarschijnlijk uit de achttiende eeuw, die vroeger werd toegeschreven aan een latere navolger van Signorelli.

Bron: informatiebord Museo della Pieve di San Giuliano (vrij vertaald).

Rechts: Anoniem, navolger van Luca Signorelli, Deposizione (18e eeuw)

Luca Signorelli, Cappella del Santissimo Sacramento, Compianto sul Cristo Morto (1505-1507)

De Bewening van de dode Christus

Op de voorgrond rust het lichaam van Christus op de schoot van de Madonna, die op haar beurt wordt ondersteund door een andere vrouwelijke figuur. Rechts knielt Maria Magdalena aan de voeten van Christus. Aan de zijkant houdt een oude man iets vast dat mogelijk de lijkwade is. Johannes richt zijn blik ten hemel, terwijl een vrouw haar tranen droogt. Links staat een groep van drie figuren: twee mannen en een vrouw die haar handen in gebed vouwt. De baardloze man wordt traditioneel beschouwd als de opdrachtgever van het fresco. De aureolen en gewaden van de heiligen zijn versierd met bijzondere reliëfapplicaties in goud. Signorelli gebruikte deze decoratieve techniek ook in zijn fresco’s in Orvieto. Het landschap op de achtergrond is vrij algemeen van karakter en sluit aan bij de schilderkunst van het begin van de 15de eeuw, dus van vóór de verspreiding van de Vlaamse stijl. Het vormt een opvallend contrast met de natuurlijkheid en precisie waarmee de menselijke figuren zijn weergegeven. Zij vormen zonder twijfel de belangrijkste protagonisten van de voorstelling. Helaas is niet met zekerheid bekend waar het fresco zich oorspronkelijk in de kerk bevond. Leonetto Tintori, die het werk in 1940 restaureerde, veronderstelde dat Signorelli het had geschilderd voor het hoofdaltaar van dezelfde kapel. Mancini vermeldde echter in 1903 dat het fresco in 1629 door Filippo Berrettini naar de doopkapel was verplaatst. Het fresco is in de loop der tijd ingrijpend aangepast: het werd uitgesneden en gedeeltelijk overschilderd. Ook over de datering hebben onderzoekers verschillende hypotheses naar voren gebracht. Naar mijn mening is het aannemelijk om de uitvoering in de jaren 1480 of 1490 te plaatsen. Vooral stilistische vergelijkingen, bijvoorbeeld met de fresco’s in de basiliek van Loreto, ondersteunen deze datering eerder dan een vergelijking met Signorelli’s werken uit het begin van de 16de eeuw, zoals de fresco’s in de kathedraal van Orvieto. Verder mag niet worden vergeten dat Signorelli begin jaren 1480 samen met Bartolomeo della Gatta aan de fresco’s van de Sixtijnse Kapel in Rome werkte. Della Gatta kreeg in diezelfde periode drie opdrachten in Castiglion Fiorentino: De stigmatisering van de heilige Franciscus (1487), De Madonna met Kind en heiligen (1486) en De heilige Michaël, alle bestemd voor de parochiekerk San Giuliano. Het is goed mogelijk dat beide schilders kort na hun werkzaamheden in de Sixtijnse Kapel in dezelfde plaats actief waren, en wellicht zelfs voor dezelfde opdrachtgever: de familie Visconti. Als we afgaan op de informatie in Storia della terra di Castiglion Fiorentino van de lokale historicus Giuseppe Ghizzi (1824–1893), zou Signorelli na zijn terugkeer uit Rome in 1483 naar Castiglion Fiorentino zijn gekomen om de Bewening te schilderen. Ghizzi maakte in de tweede helft van de 19de eeuw een zorgvuldige transcriptie en samenvatting van talrijke manuscripten uit de stad. Al eerder, in 1714, dateerde een andere verzamelaar van lokale herinneringen, kanunnik Giovan Francesco Andreocci, het fresco op 1491. Hoewel beide bronnen niet uit de tijd van het fresco zelf stammen, plaatsen zij de uitvoering dus in de jaren 1490.

Bron: Sabrina Massini, Pinacoteca Comunale e Museo della Pieve di San Giuliano a Castiglion Fiorentino. Guida alla visita dei musei e alla scoperta del territorio, 2012 (vrij vertaald)

Anoniem (Andrea della Robbia?), Coperchio del fonte battesimale (1629)

Andrea della Robbia, Cappella del Santissimo Sacramento, Battesimo di Gesù (1520)

Andrea della Robbia
De Doop van Christus (1520)

Dit geglazuurde terracotta reliëf behoort tot de latere werken van het atelier van de familie Della Robbia en verbeeldt de doop van Christus in de Jordaan. Christus staat links, gekleed in een eenvoudig lendendoek en met gevouwen handen, terwijl Johannes de Doper Hem rechts het sacrament toedient.

Boven de beide figuren zweeft de duif als symbool van de Heilige Geest. Achter Christus knielt een engel en op de achtergrond strekt zich een karakteristiek rotslandschap met bomen uit, een motief dat kenmerkend is voor de werken van de Della Robbia's.

Het gewelfde reliëf is omlijst door een rijk gedecoreerde lijst met ovale ornamenten en gevleugelde cherubijnkopjes tegen een diepblauwe achtergrond. Een kleine predella met een sobere plint en een overeenkomstige ornamentlijst completeert de monumentale compositie.

Bron: informatiebord Museo della Pieve di San Giuliano (vrij vertaald)

Agnolo di Lorentino, Madonna met Kind, tronend tussen de heiligen Stefanus en Bartholomeus (begin 16e eeuw). Herkomst: Santo Stefano, Castiglion Fiorentino

Agnolo di Lorentino
Madonna met Kind, tronend tussen de heiligen Stefanus en Bartholomeus
(begin 16e eeuw)

Dit paneel uit het begin van de zestiende eeuw werd door Mario Salmi (1911) toegeschreven aan Agnolo di Lorentino (†1527), op grond van stilistische overeenkomsten met schilderijen uit de omgeving van Arezzo. Het werk vertoont duidelijke invloeden van Bartolomeo della Gatta, vooral in het rotsachtige landschap en de architectonische nis achter de Maagd.

Na de Leopoldijnse hervormingen van 1787 werd het schilderij vanuit het hoofdaltaar van de kerk van Santo Stefano naar de Pieve overgebracht. De aanwezigheid van de heiligen Stefanus en Bartholomeus weerspiegelt de oorspronkelijke bestemming van het altaarstuk. Vermoedelijk werden bij die gelegenheid het paneel vergroot en van een nieuwe omlijsting voorzien. De later aangebrachte marmeren vloer en overschilderingen wijken af van Agnolo's oorspronkelijke compositie, waarin een grasweide was afgebeeld.

Bron: informatiebord Museo della Pieve di San Giuliano (vrij vertaald)

Volgens de museale opzet begint het bezoek met de Annunciatie van Ottavio Vannini (Florence, 1585–1644), oorspronkelijk afkomstig uit de kerk van de SS. Annunziata. Tijdens de restauratie van 2001 werden de signatuur en het jaartal 1621 ontdekt. Het schilderij is een kopie van de beroemde Annunciatie in de Florentijnse SS. Annunziata. Vannini, leerling van Passignano, stond bekend als een begaafd kopiist die de klassieke Florentijnse schilderkunst van de zestiende eeuw voortzette. Het werk werd in opdracht van groothertog Cosimo II vervaardigd voor het klooster van Castello, kwam in 1703 in bezit van de Piaristen van Castiglion Fiorentino en werd een jaar later op het hoofdaltaar van de SS. Annunziata geplaatst. Sinds de negentiende eeuw maakt het deel uit van de collectie van de Pieve.

Bron: informatiebord Museo della Pieve di San Giuliano (vrij vertaald)

Ottavio Vannini, Annunciazione, (1621). Herkomst: SS. Annunziata

Niccolo di Smeraldo Salvi (sculptuur) en Michelangelo Tizzi (schilderkunst), Crocifisso (1620-1621)

Niccolo di Smeraldo Salvi (sculptuur) en Michelangelo Tizzi (schilderkunst), Cristo alla Colonna (1617)

 

De aartsengel Michaël

Het bezoek aan het museum van de parochiekerk van San Giuliano eindigt, in overeenstemming met het liturgische programma, met het thema van de uiteindelijke verlossing, verbeeld in het schilderij van de aartsengel Michaël. Volgens oude bronnen (Andreocci, 1714, en Ghizzi, 1862) wordt het werk toegeschreven aan Salvi Castellucci (Arezzo, 1608–1672). Vermoedelijk kwam het in de Pieve Vecchia terecht na de opheffing van de kerk van SS. Annunziata, waar het oorspronkelijk hing, halverwege de jaren 1650. Het schilderij behoort tot de vele afbeeldingen van de beschermheilige van de stad die in de omgeving van Castiglion Fiorentino zijn te vinden. Bijzonder is dat het werk tot de latere periode van Castellucci behoort, een van de meest gevierde schilders van Arezzo en vooral bekend als leerling van Pietro da Cortona. De restauratie van 1996, uitgevoerd ter gelegenheid van een tentoonstelling over Castellucci, bracht de helderheid van het schilderij en de verfijnde werking van het kleurgebruik opnieuw aan het licht. De verering van de aartsengel Michaël kent in de omgeving van Arezzo een lange traditie, die teruggaat tot de zevende eeuw en samenhangt met de Longobarden. Opmerkelijk is dat Castiglion Fiorentino zijn patroonheilige nog altijd op 8 mei viert, terwijl de katholieke liturgische kalender 29 september voorschrijft. Deze traditie herinnert aan de overwinning van de Longobarden op de Saracenen bij Siponto op 8 mei 663, die zij aan de tussenkomst van de strijdende aartsengel toeschreven. In de Openbaring voert Michaël de engelen aan in hun strijd tegen de draak. Het zwaard waarmee hij de draak overwint, werd een belangrijk iconografisch attribuut. Binnen de liturgie is Michaël bovendien de beschermer van de universele Kerk. Als signifer, de drager van de standaard, werd hij ook beschouwd als degene die de zielen vanuit het vagevuur naar de hemel begeleidt. Zo sluit zijn afbeelding in het museum aan bij het thema waarmee het liturgische programma eindigt: de overwinning op het kwaad en de uiteindelijke verlossing van de ziel.

Bron: Informatiebord Museo della Pieve di San Giuliano (vrij vertaald)

Salvi Castellucci, San Michele Arcangelo (ca. 1655). Herkomst: SS. Annunziata

Niccolo Lapi, Cappella del Coro, Cristo e la Veronica (1725) 

Salvi Castellucci, Cappella del Coro, San Giovanni Battista (1659) en San Girolamo (1659)

Niccolo Lapi, Cappella del coro, Innalzamento della Croce (1725)