
Pieve dei Santi Egidio e Savino:
een kerk door de eeuwen heen
De Pieve dei Santi Egidio e Savino, ook bekend als de Pieve Vecchia of Chiesa della Misericordia, behoort tot de oudste kerken van Monte San Savino. Rond 1175 werd zij gebouwd nadat de oude parochiekerk van Barbajano naar het gebied binnen de stadsmuren was verplaatst. Van de oorspronkelijke romaanse kerk zijn aan de buitenzijde nog de horizontale lagen van zandsteen zichtbaar. In de loop van de eeuwen werd de kerk verschillende malen verbouwd. Vooral de ingrijpende herinrichting van 1748–1749 bepaalde het interieur dat we vandaag zien. De geschiedenis van de kerk is nauw verbonden met de ontwikkeling van Monte San Savino. Vanaf het einde van de vijftiende eeuw werd naast San Savino ook Sant'Egidio als patroonheilige vereerd. In deze periode kreeg de kerk een belangrijke renaissance-inrichting, mede onder invloed van plaatselijke families zoals de Ciocchi Di Monte. Hun familielid Giovanni Maria Ciocchi Di Monte werd in 1550 paus Julius III. De kerk werd ook een plaats van familiale herinnering, status en devotie.
Renaissance: kunst en herinnering
Het grafmonument van Fabiano Di Monte, daterend van na 1498, wordt tegenwoordig door het Museo della Misericordia toegeschreven aan de werkplaats van Andrea Bregno. De vroegere toeschrijving aan Andrea Sansovino berust op een negentiende-eeuwse identificatie van Guelfi en Baldi. Volgens de recentere analyse van Gabriele Fattorini werd het monument waarschijnlijk in Rome ontworpen en uitgevoerd binnen de kring van Bregno, terwijl het liggende beeld van Fabiano mogelijk door beeldhouwers uit Monte San Savino werd vervaardigd. Vooral de verfijnde ornamentiek, met schelpen, dolfijnen, drietanden, festoenen, vruchten en familiewapens, sluit aan bij de Romeinse grafmonumenten uit Bregno's omgeving.
Van een andere renaissance-inrichting zijn slechts fragmenten bewaard. Rond 1496 schilderde Niccolò Soggi het fresco Tenda a padiglione con angeli reggicortina, een paviljoentent waarvan engelen het gordijn openen. Het gordijn vormt een grens tussen de zichtbare en de verborgen wereld: de engelen onthullen als het ware een heilige ruimte aan de toeschouwer. Het motief sluit aan bij de renaissancistische belangstelling voor perspectief, architectuur en het zichtbaar maken van het bovennatuurlijke. Ook van een Annunciazione, eveneens aan Soggi toegeschreven, zijn slechts fragmenten bewaard.
De religieuze beeldcultuur na Trente
De schilderijen uit de late zestiende en zeventiende eeuw laten zien hoe de religieuze beeldcultuur veranderde. In De heiligen Petrus en Paulus gekroond door een serafijn uit 1580 toont Orazio Porta de twee apostelen als grondleggers van de Kerk. Petrus is herkenbaar aan de sleutel en Paulus aan het zwaard. De serafijn die hen kroont, plaatst hen in een hemelse sfeer en benadrukt hun bijzondere waardigheid. De heldere herkenbaarheid van de heiligen en hun attributen past bij de religieuze beeldtaal die na het Concilie van Trente steeds sterker gericht werd op begrijpelijkheid en overtuigingskracht.
Ook de Geboorte van Maria, uit het eerste kwart van de zeventiende eeuw, sluit bij deze ontwikkeling aan. Het schilderij is anoniem en gebaseerd op een compositie van Alessandro Allori; de mogelijke toeschrijving aan Francesco Canini blijft onzeker. De voorstelling komt niet uit de Bijbel, maar uit de latere traditie rond Maria's ouders Joachim en Anna. Het wonder van Maria's geboorte wordt hier vertaald naar een herkenbare huiselijke gebeurtenis: Anna rust in bed terwijl vrouwen het pasgeboren kind verzorgen. Het heilige wordt dichtbij en invoelbaar gemaakt.
In Madonna del Carmine met de heiligen Karel Borromeo, Hendrik II en engelen van Astolfo Petrazzi, uit het begin van de zeventiende eeuw, verschijnt Maria als beschermende en bemiddelende figuur. De aanwezigheid van Karel Borromeo is veelzeggend. Hij was een belangrijke vertegenwoordiger van de katholieke hervorming en werd in 1610 heilig verklaard. Zijn aanwezigheid verbindt de Mariadevotie met het ideaal van de hervormde en voorbeeldige katholiek.
Nog sterker komt de betekenis van de lokale gemeenschap naar voren in het grote schilderij van Domenico Sozzini, Maagd en Kind in glorie met de heiligen Agnano (of Damiano), Crispino, Crispiniano, Filips Neri en Antonius van Padua. Maria en het Christuskind verschijnen in de hemel, terwijl de heiligen beneden naar hen opzien. De voorstelling brengt hemel en aarde bij elkaar en maakt de beschermende rol van de heiligen zichtbaar. De keuze van de heiligen verwijst bovendien naar verschillende vormen van lokale devotie. Crispinus en Crispinianus waren beschermheiligen van de schoenmakers, terwijl Filips Neri en Antonius van Padua andere vormen van katholieke spiritualiteit vertegenwoordigen. Bij de achttiende-eeuwse herinrichting werd een deel van het schilderij afgesneden om het aan het nieuwe altaar aan te passen. Ook dat is onderdeel van de geschiedenis van het werk: het schilderij werd letterlijk aangepast aan een veranderende religieuze omgeving.
De achttiende-eeuwse kerk
In 1748 werd de kerk ingrijpend vernieuwd. De oude altaren werden verwijderd en Pietro Maderno Speroni voorzag het interieur van nieuwe altaren, stucwerk en imitatiemarmer. Het hoofdaltaar uit 1756 kreeg een monumentale, klassieke vormgeving met een ciborium boven het altaar. Hiermee ontstond een helder en samenhangend interieur dat het sacrament centraal stelde. Toch verdwenen de oudere kunstwerken niet volledig. Renaissancebeelden, schilderijen en fragmenten werden in het nieuwe interieur opgenomen.
Ook de houten koorbanken van Luigi di Francesco Nofri, met verguldwerk van Antonio Bonichi, herinneren aan de sociale functie van de kerk. Zij waren verbonden met de magistratuur en de broederschappen. De pieve was dus niet alleen een plaats van eredienst, maar ook een ruimte waar bestuur, religieuze verenigingen en stedelijke gemeenschap samenkwamen.
Van pieve naar Misericordia
In 1813 werd de kerk toevertrouwd aan de Compagnia del Santissimo Sacramento en later aan de Confraternita della Misericordia. De kerk kreeg een nieuwe betekenis. De broederschap hield zich bezig met concrete werken van barmhartigheid: het helpen van zieken en armen, het begraven van overledenen en het begeleiden van zieken. De naam Misericordia sluit nauw aan bij de religieuze beelden in de kerk. Maria en de heiligen bemiddelen tussen hemel en aarde, terwijl de broeders zich richtten op de kwetsbaarheid van het aardse bestaan. Geloof werd hier niet alleen afgebeeld, maar ook in praktijk gebracht.
Geraadpleegde bronnen:
- Wikipedia
- Informatiebord Pieve dei Santi Egidio e Savino
- Eigen waarnemingen ter plaatse van de kunstwerken en de architectuur van de kerk
- website: Museo della Misericordia di Monte San Savino
Tijdens het bezoek aan de Pieve dei Santi Egidio e Savino in mei 2026 was het hoofdaltaar vanwege restauratiewerkzaamheden volledig aan het zicht onttrokken door steigers en moeilijk toegankelijk.
Niccolò Soggi, Paviljoentent met gordijn ophangende engelen (ca. 1496) Foto: Museo della Misericordia)
Werkplaats van Andrea Bregno,Graf van de jurist Fabiano Di Monte (ca. 1498). Foto: Museo della Misericordia
Anoniem (Francesco Canini?), De geboorte van Maria
(eerste kwart van de 17e eeuw).
Naar een werk van: Alessandro Allori